is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BABYLON.

FUnhers, & dit pierement è tous les Peuples, qtiellc en eft la Reine & Capitale. Dat is, „ Deeze Stad, gezeeten op zeeven heu,, velen, die de Ouden noemden de zee„ ven Meesteresfen der Waereld, fchynt „ van daar het Geheelal te beheerfchen, „ en zegt ftoutelyk aan alle Volken, dat „ zy 'er de Koningin van is, en de Hoofd„ ftad." Men vergelyke dat fchryven met de taaie van Johannes, Openb. XVII: 9 en 18, en men lette op de overéénkomst: De zeeven hoofden zyn zeeven bergen, op welke de Vrouwe zit. De Vrouwe, die gy gezien hebt, is de groote Stad, die het Koningryk heeft over de Koningen der Aarde. £}) Onverdraaglyk was de trots en de hoogmoed der Koningen van Babel; zy fielden zich aan Godt gelyk. Hunne taal was by Jefaia, Cap. XIV: 13, 14. Ik zal ten Heemel opklimmen, en mynen throon verhoogen boven de Sterren Godts —, Ik zal den Allerhoogften gelyk worden. Is de trots der Roomfche Pauzen wel minder? Men geeft voor, dat Keizer Konjlantyn de Groote den Paus Godt zoude genoemd hebben, en daarop fteunt de Canon, dien men vindt by Gratianus, Diftinct. 96. Can. Dat de Paus van niemand kan geoordeeld worden, om dat het openbaar is, dat Godt van geenen menfche kan geoordeeld worden. Leo de X. gedoogde , dat Anton. Puccius hem dus aanfprak: Het gezigt uwer Goddelyke Majefleit heeft door zynen fchitterenden glans myne oogen verduisterd. By eene Prentverheeldinge van Paulus den V. las men dit opfchrift,

Paulo V. Vice Deo Chriftiance Reipublicee Monarchce

inviStisfnno Et Pontificia omnipotentite confervatori acerrimo.

Dat is:

Aan Paulus den V. Vice-God Den onoverwinnelykften Monarch

van het Christenryk En allergeftrengflen Handhaver

der Pauzelyke Almagt. \

Misfchien zou men dit dellen op het laag \

gevlei van anderen, maar de Pauzen zelv' '

floegen dien zelfden toon. Paulus de III. 1

/. Deel. II. Stuk. 1

B A B Y L Ö N: 35

liet eenen Penning flaan, waar op de Koningen verbeeld wierden voor hem te knielen , en, als zyne Stalknegten, den teugel van zyn Paerd te houden, met het Omfchrift, ontleend uit Pf. LXXII. Omnes Reges fervient ei. Alle Koningen zullen hem dienen. Klemens de Tweede fchreef aan de Bambergfche Geestelykheid, dat voor den Roomfchen ft oei alle kniën op Aarde zich moeten buigen, en dat, naar zyn welgevallen, de deur des Heemels wordt geopend en geftooten. Als de Kardinaal den nieuwen Paus de kroon opzet, doet hy het met deeze woorden : Ontvang den hoed, met drie kroonen verfierd; en weet, dat gy zyt een Vader van alle Koningen en Vorften, een Har der Waereld, en Stedehouder van onzen Heere Jefus Christus hier op Aarde. Behoeft men nu wel langer te twyffelen, wie de Mensch der zonde , de Zoon des verderfs zy , van welken Paulus ipreekt 2 Thesf. li: 3, 4, die zich in den Tempel Godts zou verheffen^ en zitten als een Godt, zich-zeiven vertoonende,dat hy Godt is? Q) Het Oude Babel was zeer overgegeeven aan Afgodery. Behalven de Zon, Maan en Sterren, had men andere Goden : Bel, of Belus, Nebo, Jef. XLVI: r, Sukkoth-Benoth, aKon. XVII: 30, en meer andere, voorheen hunne Koningen , en naderhand door hen vergood. Men bouwde 'er Tempels en Altaaren voor, en richtte 'er de Beelden van op, veele van louter Goud. In 't geestelyk Babylon doet men hetzelfde. Is het niet het zigtbaar heir des Heemels, voor 't welk men zich nederbuigt, 't is evenwel voor het onzigtbaar Heemelheir, de Engelen. De Babyloniërs vergoodden hunne Koningen, en maakten 'erBeelden van,die zy Godtsdier:(lig vereerden: In de Roomjche Kerke heeft men Heiligen vergood: Niet maar alleen zulken, die waarlyk behoord hadden tot Godts Heiligen hier op Aarde, en van welken men geiooven mag, dat zy thans verkeeren onder de Geesten der volmaakte Reehtvaerdigen; maar ook al zulken, weleer Heiligheid flegts beftond in het belee/en der geftrengheeden van eenen grillijen en eigenwilligen Godtsdienst, en die ien verheeven rang, waar in men hen geplaatst vindt, alleen te danken hebben lan de Kanonifeerende Benevolentie van den Paus. Aan die wydt men Kerken , Kajellen en Altaaren toe. Die roept men

D Godts-