Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ï5<5 & E E L D.

een fterke Wind geweest zyn, om dat die by hem een zo grooten fchrik baarde, dat bet haair zyns vkescbs te berge rees.. Men zou dit dan kunnen vergelyken met de Openbaaringe , welke aan Elia te beurte viel by den berg Horeb. De, HEERE ging voorby ., en te gelyk een groote en^ fterke wind, i Kon. XIX: n. Te meer, om dat daar op volgde het fuizen eetier zagteftilte, en daar na de Godtlyke aanfpraak, vs. ia, J3« gelyk ook hier vs. i6b. wordt gezegd: Daar was ftilte, en. ik hoorde een ftemme—» Maar naardien uk onze woorden, blykt, dat Eliphaz iets gezien hebbe, zo kan men de vertaalioge der Onzen behouden: Een Geest (vermoedelyk een Engel) ging voor' by. zyn aangezigt. 't Was zo iets , als de Latynen Umbra, een Schim, noemen, de verfchynende ziel van eenen geftorvenen; 't welk by de Grieken, en Hebreen een Geest.heet, Luk. XXIV: 37, een Spook* fel, Matth. XIV: . 16., Zulke verfchyningen veroorzaaken fchrik,..en groote ontroeringe. Menzielnetinde Difcipelen.: Zy zagen Jefus,, maar zy meenden, dat zy een Geest, een Spookfel' zagen. In de eerfte plaatfe wordt gezegd, dat zy verfchrikl •cn zeer bevreesd wier den, ^ In de andere, dat zy fchreeuwden van vreeze.. Llier was de fchrik by Eliphaz zo groot, dat de haai-, ren.van zyn vleesch te berge reezen. ..Deeze fpreekwyze vindt men ook by ongewyde Schryvers , om aan te duiden den allergrootften fchrik, welke iemand by zo eene verfchjninge bevangt. . Eneas-zag de Schim.,van Creüfa in eene meer dan gemeen groote gedaante; hy fchrikte, en:zy*. ■ne. baairen. ftonden overeinde,. Zo zegt hy, .by Virgilius, ./Eneid. L, IL vs. 759—.

Infelix fimulacrum atque ' ipftus. umbra, Crcüfie

Vffa mihi ante oculos, cl nota major imago.^ Obftupui, fteteruntque coma ,et yox faucibus. bafit.-f,

jy$ Geest, die eerst voorby gegaan w.as, naderde nu tot Eliphaz, en plaatfte zich voor zyne bedfponde. Hy ftond, hy was; zigtbaar , een beeltenis was voor zyne 00gen.. Doch.zyne gedaante kende hy niet. Men ■ kan dit op- meer dan eenerlei wyze verftaan.v Ofdusj.dat, fchoon deeze Geest fc&Ü was verfcli.eonen in de gedaante van.

& E E L £>,

eenen Mensch, 't evenwel was van zo ee* nen Mensch, dien hy voorheen nooit gezien, nooit gekend hadde. Men moest dan niet denken, en dat zou Eliphaz 'erdan mede hebben willen te kennen geeven * dat het de fchim was van eenen geftorvenen, met.wien hy voorheen verkeerd hadde. Neen!-deeze Geest was van een-verheevener natuur,.en oorfprong. Of, dat die Beeltenis van eene zo geheel vreemde gedaante was , zo wonderlyk te faamengefteld, als nooit gezien was, zo dat hy 'er geene befchryving van wist te geeven.' Of , dat 'er een zo vuurig fchitterende* glans, van afftraalde , die zyne oogen zodeed fcheemeren , dat hy de juiste gedaante 'ervan niet had kunnen onderfcheiden. Byna zo als de HEERE-aan Mofes verfcheen op Horeb, Mofes zag het vuur $ en Godt fprak tot hem uit het midden desvuur s; maar hy zag geene gelykenis, Deut. IV: ia. .Men zie, behalven de gewoone Uitleggers,Vitringa, Obferv. S.L. VI. C X. %. 5, 6, mihi P. II. p. 395—.

BEELD (Het) der yveringe, dat tot yver. verwekte, Ezech. VIII: 3. Propheet Ezecbiël was thans in Babel, Cap. I: 3. Lly was een der derwaarts gevanglyk wechgevoerden ten tyde van Koning Jojachinvan welk wechvoeringe men leezen kan aKon. XXIV: 10—16. Dan.die was fleg;s een voorfpel van eene nog zwaarere en meer algemeene. Wanneer Nebukadnezar Js^ ruzalem, den Tempel,en geheel hetLand* zou verwoesten en ontvolken. Want in plaatfe, van -zich onder Godts ilaande handte verneederen , en «ich te verbeeteren, was het geweld opgereezen tot eene roedevan Godtloosheid. De Ongerechtigheid ivas. gantsch zeer groot geworden; het Land vervuld met bloed, en de Stad vol van afwykinge. En daarom zou Godt eerlang koomen, hen liaan, en niet verfchoonen. Men zie Cap, VII: 6—1-1. IX: 9,. 10. Dit was. daar en elders aan den Propheet,te kennengegeeven : Om hem nu te doen zien, tot; welk eene hoogte dè Godtloosheid geklommen was; tot-zo. eene hoogte , dat. Godt, behoudens zyne eere, zo een Volk > niet langer verfchoonen konde, zo werdi hem in een Gezigte te zien gegeeven, welke grouwelen 'er gepleegd werden * .zelfs in den Tempel, en. dus als om Hem te ter-gen. in het aangezigte*.. Hem werd.vertoond.

Sluiten