Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEKLIMMEN.

heid. C/S") Dit wordt by Vader Jakob opseeeeven, waarom Ruben de Voortreffelykfte niet zou zyn. Welk eene opftapeling van zonden ontdekt zich met in zyn bedryf! Eene zonde van dertele ontucht; van bloedfchandelyke ontucht; bloedfchandelyke met het Bywyf van zynen Vader; Bywyf, waar by zyn Vader reeds twee Zoonen had verwekt, Dan, enNaph. tali, die hy als zyne Broeders moest aanmerken ; welk eene hoon en oneerbiedigheid omtrent zynen Vader ; welk- een liegt voorbeeld voor zyne Broeders, welker Hoofd hy had moeten worden , na 's Vaders dood, uit kragt van zyne Eerstgeboorte. Was nu zyn bedryf zo grouwlyk, met recht werden hem dan ook de rechten zyner eerstgeboorte ontzegd. Die met eene Vrouwe overfpel doet, is ver ft andeloos: Hy verderft zyne ziele, die dat doet. Plaage, en fchande zal hy vinden, en zyn fmaad zal niet worden uitgewischt, Spr. VI: 32, 33. (33) Nu wendt de Aartsvader zyne taal, nogmaals tot Ruben , en voorts ook tot de andere rontom ftaande Zoonen-, zeggende , naar dé vertaalinge der Onzen : Toen hebt gy (het) gefchonden: Voorts tot de anderen: Hy heeft myn bedde beklommen. Anderen voegen het woord bedde by de eerfte Zinfneede: Toen hebt gy myn bedde gefcbondèn. En dan : Hy is opgeklommen , doch in de beteekenisfe van een opklimmen , als een damp tot verdwyninge. Dit behaagt my het meest. Naar de Vertaalinge der Onzen behelzen die woorden niets anders , als 't geen zo even reeds gezegd was. Maar naar de laatfte komt daarin voor: («) Voor eerst een herhaald, doch nog meer fcherp verwyt van zyn bedryf: Toen hebt gy myn bedde zo gefchonden, zoontëerd, dat het, behoudens myne eere, voor my in 't geheel, en voor altoos onbruikbaar is geworden. (/3) Ten tweede, eene bevestiging, dat hy de Voortreffelykfte niet zoude zyn. In het woord : Hy is opgegaan, oïverdweenen, gelyk het woord nVr meermaals in die beteekenisfe

voorkomt, als Jef. V: 24. Hunne bloeme zal als ftof opvaar en, en Jerem. XLVIII: 15. Modb is verftoord, en (uit) zyne fteden opgegaan, verdweenen, 't is 'er niet meer te vinden. Dus zou hierin datHebreeuwsch weW-eenefpeelinge zyn, die men Anta*

BEKOMMERNIS, s??

naclafis, of Verwisfeling noemt, waar door men hetzelfde woord gebruikt in eenen Eigenlyken , en in een' Oneigenlyken zin. Eerst eigenlyk: Gy hebt het bedde uwes Vaders beklommen. Nu oneigenlyk : Hy is opgeklommen; om deezer ondaad wille is zyne Voortreffelykheid opgeklommen , en verdweenen gelyk het Stof, een Rook, of Damp opklimt, en verdwynt in de lucht. Dat nu Ruben in zyne Nakoomelingen waarlyk is verftooken gebleeven van de voorrechten der Eerstgeboorte, ter zaake van deeze zyne Ondaad, en dat die waarlyk zyn overgebragt tot andere Stammen kan men leezen, 1 Chron. V: 1, 2. 't Welk dan ten bewyze ftrekt van de vervullinge van 't geene de Propheteerende Aartsvader Ruben aankondigde; want 't geen hy zeide, zag eigenlyk op 't geene zynen Zoonen zou wedervaar en in volgende dagen ,■■ dat is, in hunne nagedachten, vs. 1. Agt zich iemand niet voldaan met het hier aangeteekende , hy raadpleege dan over de eerfte fpreekwyze Snellen afloop der Wa* teren, Vitringa, Obferv. S. L. I. p. m. 175 __. en over geheel het vs. Venema, Disfert. Sec. T. I. P. I. p. 215-222.

BEKOMMERNIS, (ft) Dit woord, in den fterkften zin genomen, duidt aan die beangftigende gemoeds-aandoening, welke gebooren wordt uit het vooruitzigt van een toekomltig , of het gevoel van een reeds tegenwoordig onheil , 't welk ons zeiven , of anderen , in welker belangen . wy een groot belang ftellen, of dreigt, of drukt. (XK) Raakt het ons zeiven, dan zal ze te gevoeliger zyn; en, naar gelang het gevaar grooter is, zal ook de Bekommering het hart te meer bezwaaren en knellen. Bekommernis in het harte der menfchen buigt het neder, Spr. XII: 25. En door de ■ fmerten des harten wordt de geest verftaagen,CzQ. XV: 13. Honderdèrleie overleggingen worden 'er gemaakt, hoe zich te redden , en men komt tot geen befluit : Het eene middel is pas bedacht, of 't wordt weêr verworpen, en zo is het met een tweede, met een derde, en zo voorts: ■' Het een is 'er niet toe gefchikt, het andere te gevaarlyk , het derde onuitvoerlyk, &c. Zo was het met den Dichter: Zyne-gedachten werden in zyn binnenfte vermenigvuldigd ; Pf. XCIV: 19, toen hy' zich bekommerde, viie mor hem ftaan, .en

Mm 3.

Sluiten