Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

434 BETHLEHEM.

Vreeze, dat die, teu eenigen tyde, hem, of den zynen het Koningryk ontwringen zoude, 'twelk evenwel, door een tydige vlugt, het raoordmes ontweek , Matth. II: 16—21, Voorts valt 'er van Bethlehem . met. byzonders meer te melden. (TT) Door de Bedevaartgangers is van Oude tyden af, Bethlehem met eerbied bezocht, en wordt zelfs by de Muhamedaanen in waerde gehouden, als veredeld geworden, gelyk eenige hunner Schryveren zich uitdrukken,«Zoor de Geboorte van Jefus, over wien Vreede zy. Tegenwoordig vertoont zich Bethlehem als een taamlyk groot Dorp, geleegen op eene hoogte; de Huizen zyn liegt, de Inwoonders arm, ten deeleMoo. ren, ten deele Christenen, die zich geneeren met het maaken en verkoopen van Kruisfen , Paternosters, &c. Men heeft er een Klooster, en oök een Kerk, die zeer groot is, en nog veel vertoont van haar Oude pragt. Ze zou gebouwd zyn door Keizerin Helena , en grootlyks veriierd en verrykt door Konftantyn den Grooten. Wat 'er verder merkwaerdigs te zien is binnen en buiten Bethlehem , kan men leezen, by P. Pockocke, Voyag. T. III Cha£ X. p. 113—. breeder in de Reizen : van Thevenot, D. I. B. II. C. 37. p. 336— Veel heeft 'er ook de Heer 'Bachiene, van i aangeteekend in zyne H. Geogr. D. II p < 343 . v' s

BETHLEHEM (Gy) Ephrata , zyt gy (

klein, om te weezen onder de Duizenden i

van Juda? Uit u zal my voortkoomen —, \

Mich. V: 1. Vergel. Matth. II: 6. Dat de t

Heerfcher, van wiens komfte Micha Pro- 1

pheteert, de Mesfias zy; en dat Bethlehem t

wordt aangeweezen als de Plaats, waar «

Hy zou moeten gebooren worden , was I

. van ouds het gevoelen der Jooden. Des 1

waren de Schriftgeleerden en Overpriestcrs i

ook terftond gereed, om met deeze woor- v

den van Micha de Vraag van Herodes te i

beantwoorden: Waar de Christus zou ge- "\

hooren worden ? Ondertusfchen doet zich z

eenig verfchil op tusfchen de woorden, zo z

als ze by den Propheet, en zo als ze by e

den Euangelist voorkoomen. By Micha z

Bethlehem Ephrata; by Mattheus: v

Bethlehem,gy Land Juda. By Micha wordt 2

gezegd, dat het klein was ; by Mattheus n

het tegendeel, dat het geenzins de min/te e

was. By Micha leest men van de Duizen- i<

BETHLEHEM.

den; by Mattheus van de Vorften van Ju. da. By Micha wordt van den Heerfcher, die er uit voortkoomen zou, gezegd, dat zyne uitgangen zyn van ouds, van de dagen der eeuwigheid ; hy 'Mattheus leest men wel, dat er de Leidsman uit voortkoomen zou , die Godts Volk Israël zou weiden ; maar van zyne Uitgangen — wordt niet gerept. \ Verfchil beftaat wel in woorden, maar met in zaaken. Het Ongeloof zou dit wel willen bybrengen, om de Schrvvers van het Nieuwe Testament te belchuldigen van ontrouwe, in het aannaaien der Propheetiën. Men zou kunnen zeggen, dn Mattheus,als Historie-Schryver , deeze woorden hebbe opgegeeven niet zo, als ze by dên Propheet te leezen zyn; maar zo , als ze door de Schriftgeleerden zyn bygebragt. Men zou dat kunnen houden voor een Antwoord van verlegenheid. Men kan dit verfchil op eene meer voldoende wyze vereffenen. (&) Het eerfte verfchil is van weinig belang -9 want het is zo zeeker als iets, dat Bethlehem, waarvan hier gefproken wordt, fomwylen omfchreeven wordt met het by/oegfel Ephrata; fomwylen, als geleegen n Juda. 't Kan zyn , dat de naam van tphrata ten tyde van Herodes reeds veruiderd was, en dat de Schriftgeleerden laarom het meer bekend byvoegfel van t Land Juda hebben willen gebruiken, >ra dit Bethlehem te onderfcheiden van een nder■ Bethlehem. \ welk in het Stamdeel •an Zebulon geleegen was. (3) Het Tweeverfchil is van meer belang. By Micha :omt Bethlehem voor als klein; by Matheus als geenzins het minfie. Dit fchynt ene openbaare Tegenftrydigheid te zyn. ioe zal men die uit den weg ruimen? Al2n hebben daar toe niet denzelfden weg igeflaagen (KK) De Onzen hebben dl moorden Vraagswyze vertaald : Zyt sV lein, om te zyn Men weet, dat zulke 'raagen dikwils een fterke ontkenning in ich opfluiten. Het hier zo neemende , ou het zo veel zyn, als of Micha hadde ezegd: Gy zyt geenzins het klein/ie, en zo ou het volmaakt overéénftemmen met de oordragt der Schriftgeleerden : Gy zyt eenzins de minfie. Doch daar tegen brengt ten in , dat, noch de letter n, noch :nig ander Vraagmerk in den Grondtekst te vinden. (33) Anderen merken aan,

dat

Sluiten