Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43Ó BETH-MARC AB. - BETH - RECH.

BETH - MARC ABOTH , een Stad in het Stamdeel van Simeön. i Chron. IV:31.

BETH-MEON , een Stad der Modbiten, over welke, gelyk over andere hunner Steden, het Oordcel zoude koomen, Jerem. XLVIII: 2.3. Bachiene, H., Geogr. D.II. p.540, meent j dat l^icht. X: J1,12, de Modbiten voorkoomen onder de benaaminge van Maöniten, om dat de Modbiten, die daar met haaren gewoonen Stamnaam niet voorkoomen, anders niet mede zouden geteld zyn onder de Egyptenaars, de Amoriten, en andere Volken , die de Israëliten onderdrukt hadden : En evenwel , weet men,, dat de Modbiten hun niet weinig leed' hebben aangedaan.-.

BETH - NIMRA, eene Stad in het Stamdeel van Gad, Jof. XIII: 27.

BETH-PALET, een Stad, behoorende aan Juda, Jof. XV: 27.

BETH-PAZES, een Stad, toegeweezen aan de Stamme Isfafchar, Jof. XIX: 21.

BETH-PEOR , een Stad in het Land der Modbiten , door Mofes toegeweezen aan de Stamme van Ruben,. Jof. XIII: 20. Men kan niet twyffelen , of deeze Stad zy geleegen geweest tegen over dat Dal, in 'twelk de Kinderen IsraëlsJangen tyd zyn geleegerd geweest , Deut. III: 29. IV: 46. 't Was ook tegen over Peör in een Dal, dat Mofes door Godt begraaven werd , Deut. XXXIV: 6. De naam van Beth'Peör zal ze gedraagen hebben naar den Afgod Peör, die 'er waarfchynlyk zynen Tempel zal gehad hebben op die Hoogte van Peör, van welke men leest Num. XXIII: 28.

BETH-PHAGE, een Vlek, niet verre van Jeruzalem , in de nabuurfchap van Bethanië, en dus mede geleegen aan den Olyfberg,. Mark. XI: 1 , Luk. XIX: 29. Het eenigfte , dat dit Vlek aanmerklyk maakt, is, dat de Difcipelen van daar de "Ezelinne met haar Veulen moesten haaien, Matth. XXI: 1 , 2, op welke de Heere Jefus zich,wilde zetten, om eene zo pragtige intrcede binnen Jeruzalem te doen, als door Propheet Zacharia, Cap. IX: 9, voorfpeld was.

BETLI- RAPHA , een der Nakoomelingen van Juda, 1 Chron. IV: 12.

BETH-RECHOB. 't Schynt, dat men twee Steden van dien naam moete ftellen. («) De eene, geleegen in het Joodfche luiind , op de Noordeiyke grenzen, Rehob

BETH, BETH-SAIDA.

genoemd, Num. XIII: at-, als ook Tof XIX: 28, en geteld onder de Steden, die aan Afer ten deele gevallen zyn; doch diede daar in woónende Kanaaniten niet konden verdryven , Richt. 1: 31. (V) fjet Tweede was Beth-Rechob, welker Inwoonders Syriërs waren , en zich met de Syriërs van Zoba, en Madcha aan de Ammoniten verhuurden, om tegen David den Oorlog te voeren, 2 Sam. X: 6.

BETH , of het Huis RIMMON. De Tempel te Damaskus, waar in Rimmon, een Afgod der Syriërs, werd aangebeeden, 2 Kon. V: 18. Welk een Afgpd het geweest zy, is-niet wel te bepaalen. Men zie RIMMON, in des VIL D. 2. St. p. 235. Dat Remphan, van welken Stephanus fprak , Hand. Vil: 43 , dezelfde Afgod zou geweest zyn, is van fommigen, met weinig waarfchynlykheid, voorgegeeven, zo als is op te maaken uit het geene in dat D. en St. p. 175. is aangeteekend.

BETH-SAIDA, eene Stad, geleegen in Galileë, volgens de bcpaalinge van Johannes, Cap. XII: 2r, uit welke Philippus, Andreas en Petrus oorfpronglyk waren ,. Joh. I: 45. Volgens eene nadere bepaalinge , geleegen aan den Westelyken Oever van de Galileefcbe Zee, die ongemeenVischryk was , waar in en omftreeks die Stad veel Visfchers woonden, 't welk aandie Stad ook den naam gegeeven heeft van Beth-Satda, van het Hebreeuwsch woord Ó"T¥ ' CTzaïda) als of men zeide Plaats der Visfcherye. Van dit Bethfaïda wordt in de. Schriften des Nieuwen Testaments 't meest gefproken. By deeze Stad heeft jfc/iweenen Blinden geneezen-, door hem in de oogen te fipuwen, en de handen op te leggen, Mark. VIII: 22—26. Buiten twyffel zaf de Heiland nog meer Wonderen -in die Stad gedaan hebben , hoewel de Inwoonders' 'er zich niet door lieten beweegen tot Bekeeringe en Geloof, 't welk men mag opmaaken uit de Aanteekeninge van Mattheus,. Cap. XI: 20, 21, a-a. Toen. begon hy (Jefus), de Steden, in dewelke zyne kragten meest °efcbied waren, te ver wy ten, om dat ze z°ich niet bekeerd hadden: Wee u Chorazin!Wee u Bethfaida.' Want zo in Tyrus cn Sidon de kragten waren gefchied, die in u gefchied zyn, zy zouden zich eertyds tn zak en asfche bekeerd hebben. Doch ik zegge u: Het zal Tyrus en Sidon verdraaglyker zyn in den

das,

Sluiten