Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BETOOND.

BETOVEREN,BETREUREN. 44?

de Petras met recht zeggen-, dat zy zelve dat -wisten. (B) Zy -wisten ook, dat Godt die door Hem gedaan hadde, tot een waarteeken, dat Hy de Christus was. Nikodemus, een Ovcrfte der Jooden, had dat xeeds beleeden, Joh. III: 1, 2. De Schaaren hadden het bekend, Matth. XII: 23, Joh. VII: 31. Jefus zelf had het gezegd: De Zoon kan van zich - zeiven niet doen, ten zy Hy het den Vader ziet doen, Joh. V: 19. En vs. 36. zegt Hy duidelyk, dat de werken , die Hy deed, werken waren, die de Vader Hem gegeeven hadde, om die te volbrengen. Dus had Petrus in zo verre zyn Stuk voldongen, te weeten, dat Jefus de Nazarener dc Man was, welke door Godt betoond was , van Godt getuigenis had ontvangen, gelyk zy zelve, de Jooden, daar van getuigenis konden draagen. (3) Deezen zo grooten Man, aan wiens betooninge Godt zich zo veel had laaten geleegen zyn, hadden zy genomen , en door de banden der Onrechtvaerdigen aan het Kruis gehegt en gedood, vs. 23. Welk een grouwelyk bedryf! 'Er was geen twyffel aan, of de Israëliten van dien tyd verfoeiden het, als iets grouwelyks, dat hunne Voorvaders gedreigd hadden, Mofes, insgelyks een Man van Godt betoond, te fteenigen, Exod. XVII: 4. Hoe veel grouwelyker was het dan niet, dat het met Jefus by geen dreigen was gebleeven; maar dat.zy hem met 'er daad aan ,t Kruis hadden gehegt en gedood. En dat nog zo veel te meer , daar deeze Jefus oneindig veel grooter Man was geweest als Mofes: Door Godt zeer verre verheerlykt boven Mofes, zo als men uit het vervolg van PetrusReedenvoeringe zou kunnen opmaaken. Men neeme dit ééne flegts in aanmerkinge. Godt heeft Mofes groote eere aangedaan na zynen Dood: Hy zelf heeft hem begraaven, Deut. XXXIV: 6. Men mag het aanneemen, dat Hy hem ook heeft opgewekt, en opgenomen in den Heemel, om dat hy met Elia is verfcheenen op den Berg der heerlykheid , Matth. XVII: 3. Maar Jefus is niet alleen opgewekt, niet alleen opgenomen in den Heemel; maar zelfs heeft Godt Hem verhoogd door zyne rechter hand (waar van de uitftorting van de Wonder gaaven van den Geest, zo als zy nu gezien en gehoord hadden, het onweerlegbaar bewys was) en daar door verheeven verre' /. Deel. II. Stuk,

boven Mofes, en allen naam, die genoemd wordt, 't zy in deeze, 't zy in de toekoomende Eeuwe. 't Welk hen dan ten vollen moest overtuigen, dat Godt dien, door hen gekruifigden Jefus, tot eenen Heer en Christus gemaakt hadde, vs. 32—36. Hadden zy zich nu aan dien Jefus zo zeer vergreepen in den Stand zyner verneederinge , dat moest hen berouwen , en zorg doen draagen , dat zy zich nu , in den Stand zyner heerlykheid, niet vergreepen, door Hem te lasteren, en zyne Dienaars te vervolgen; maar, integendeel, opwekken , om met fchuldigen eerbied, en in den geloove zich tot Hem te wenden, en aan Hem te onderwerpen, wilden zy anders ontkoominge vinden in dien grooten en doorluchtigen dag, waar van gefproken was vs. 20. Hen daar toe te beweegen, was het oogmerk van Petrus Reedenvoeringe , en dat bereikte hy ook : Althans by veelen , die , in verftaagenheid des harten* vroegen: Wat zullen wy doen, Mannen Broeders ? Waar op Petrus hen vermaande, zich te bekeeren , en dat aandrong met eene heuglyke Belofte, vs.37, 38-.

BETOVEREN. Dat woord gebruikt Paulus in het beltraffen van de Galatiërs, dat zy zich zo gemaklyk door de valfche Leeraars hadden laaten verbysteren, en afleiden van zyn Euangelie, 't welk zy met zo veel toegeneegenheid hadden aangenomen , zeggende: 6! Gy uitzinnige Galaten , wie heeft u betoverd ? Cap. III: 1. Men zie des VUL D. 1. St. p. 589—.

BETREUREN (Den Dood van iemand, in wien men belang fielt, te) is zo natuurlyk, dat men 'er ziel; bezwaarlyk van zou kunnen onthouden, en heeft ook van de Oudfte tyden af plaats gehad. Abraham betreurde den dood van zyne Sara, Genef. XXIII: 2. Jakob den gewaanden dood van Jofeph, Cap. XXXVII: 34 , 35. Jofeph weende over zynen Vader , Cap. L: r. Hy en de andere Zoonen van Jakob maakten over hem een rouwe van zeeven dagen, vs. 10. De Kinderen Israëls treurden zeer over den dood van die Verfpieders, die een kwaad gerugte van het Land gebragt , daar door het Volk hadden doen murmureeren, en deswegen van Godt met den dood waren gellraft geworden, Num. XIV: 37—39, Dertig dagen lang beween-

Kkk de

Sluiten