Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZAAIJET,

goeden, grond goed zaad, en zo-veel *&

ï"?Cg IP hy zou kunnen

lot weldaadigheid, dnt is,rykelyk en overvloedig. Zo, worden deeze woorden kor-

fe lvC°^h;/ht dT°0rTPl'0f- ^» ^is, W&m\Mi£eiïm L. I. p. 9o. 't Spreekt van zeil, dat deeze woorden Zinnebeeldig

an ZyiV ^« beteekent dik weif het verrichten van eenig werk 't zv dan goed, of kwaad; en maaijen het ontvangen van het vruchtgevolg van zo een werk., 't zy ten voordeelc, 't zy ten na : deele. Dat is klaar te zien uit ons iVen i 13. vs.;en duidelyk leert het ons Paulus, > fl 1 7l .: Zo wat de mensch zaait, 1 zal hy ook maaijen. Want die in zyn vleescl t zaait, zal uit het vleesch verdervenis maai- 1 jen ; maar die in den geest zaait, zal uit 2 den geest het eeuwig loeven maaijen. (»„) i Zaaijet u tot gerechtigheid, zal dan zeg- ( ■ gen : Hoort myne geboden, rechten en 1 inzettingen; ontvangt, zaait die, u zei ven A tot nut, legt die weg in een goed en eerlyk 4 harte, als 111 een' goeden grond, om die » te bewaaren en te doen; want die zyn een z goed zaad, waar uit voor u allerlei hellen * gerechtigheid zullen kunnen uit/pruilen <?j Daar door hebbe ik u bekend gemaakt, wat zi goed zy, en, wat ik van u eisch: Dat gy 01 recht doet, weldaadigheid lief hebt, en oot- g] moediglyk wandelt met uwen Godt, Mich gt VI: 8. De vrucht daar van zou hun ten O leeyen zyn. (/&) Dat geeft de Godtfprsak er te kennen met deeze woorden : Maaijet br tot weldaadigheid. Welke woorden hier aa niet zyn op te neemen, gelyk de eerfte, G als eene vermaaning om te maaijen; maar Zj als eene belofte, dat zy zouden maaijen, In indien zy op de bovengemelde wyze zaai- lai den, eveneens als Ezech. XVIII: 34. Be- an keert u en leeft; dat is, op dat gy leeft, of nu gy zult leeyen; en Am. V: 4. Zoekt my en de leeft; dat is , tndien gy my zoekt, zo zult vo. gy feeven. Zo ook hier: Zaaijet u tot ge. % \ rechtigheid, indien gy myne geboden en me rechten m uw harte bewaart en die doet, bra zo zult gy maaijen tot weldaadigheid, daar we' op ontvangen een'-ryken oogst van Zee- bra gemngen ; want, naar dc aanmerking van ^ -taalkundigen zou het woord *lpP»,V#/- hie daadigheid, aanduiden een overvloedige, Sf en fteeds toevloeijende Weldaadigheid als op- len

ZAAIJET. 25

water uitftortenden bron. En dit zouden wy dan kunnen verftaan van de ver ft* mngen en beloften, hun in v/£^dl gen, van Godts wegen , dooi MoftXetv'

HLEAEPf uwes Godts vlytiglyk zult schoorl^nen waarneemende te doen alle zyneL boden, die ik u heeden gebiede. Ditis£t geeKohjc Zaaijen. Daar W volgt dan ook nmftonds de belofte van'te zidlen IS ■en tot weldaadigheid; eene in allerlei Z jeningcn overvloeijende Weldaadigheid Th tal u reegens geeven op zynen tyd, en hei ""dza zyneinkomjlengeeven—. DeDorsr ydzalu reiken tot aan den IPyn-oogst, V„ k Wyn-oogst tot den Zaaityd: Er gy zult W brood eet en tot verzaadem toe, ffi W% ■ eker m uwen Lande woonen. Gezegend uit gyzyn in de Stad, gezeegend in hel Veld. rezeegend m de vrucht uwes Buiks, en de ruchtmoes Lands, en de vrucht uwer BecsZdJ? *00rtzef?g'e ***** Kocijen, en der

F "Z/ S aU,e" mv ^gaan. De HEE-

«dringen yan deezen pligt , b^ft de )dtfpraak in dezelfde zinfpeetiase? r«?

,d ! ,Sefd,ieJdtdat' als ^n een td, t welk met doornen , distelen en Ier onkruui begroeid is , verhe den alen omploegt, om het van hetSayk oiiKruid tc zuiveren , en. tot het SfeS ïf ****** bereiden;

Sfel&P* net ******vm dat land

dem zich opllmt; zonder dat zou het b&b flegts vergeefsch werk zyn ge^?ia'011lW01'den 'l braake» van een

n-M ", CCr ^ftelyken zin vooröniteid , dat Israël, door zich over te ven aan Afgoden, en andere grouweder boosheid,. was geworden als een | allerlei .onkrujd .dicht begroeide Ak-

keg:

Sluiten