is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Z A L I G'.

Wat zou men dan met al F die Weetenfchap meer zyn, dan een klinkend metaal en luidende fchelleP Zal men Zalig worden, dan moet het hooren en bewaaren van Godts Woord gepaard gaan met het geloove, werkende door de liefde. Waarom voegt de Heiland deeze twee dingen te faamen : Het bewaaren en het hooren P (a) Om- te toonen, dathy niet zag op zulken, die altyd hooren, maar het gehoorde terftond weer laaten doorvloeijen, en daarom nooit koo-. men tot kennisfe der Waarheid: Maar op zulken , die als rechtgcaarte Leerlingen van de Opper [le Wysheid , haare reedenen by zich wcchleggen , als den Appel hunner oogen bewaaren, enfehryven op de taf ei hunner harten, Spr. VII: 1—3. (b) Ten blyke ook; dat Hy niet fprak van zulken, die wet Hoorders, maar geen Daaders des Woords zyn.' Maar van zulken, die, door het hooren, vervuld geworden zynde met de kennisfe van Godts WU, ook waerdiglyk den Heere wandelen tot alle behaaglykheid, vrucht draagende in: allen goeden werke. Zulken zyn het, welker geluk de Heere Jefus hier verheft, (£) zeggende : Zalig zyn de geenen , die —. (**) Hier heeft het woord Zalig in den mond van. den Zaligmaaker een uitneemender beteekenis, als in den mond der Vrouwe. Men verftaa 'er hier door 't geen wy gewoon zyn Zaligheid te noemen , den rykdom der heerlykheid van Godts erfenisfe m zyne Heiligen. Zalig is hy, die daaraan aanvanglykdeel heeft hier in genade, wanneer hy, vervuld met het goede van God(s Uitverkoorenen, zich konne verblyden met de blydfchap' van Godts Volk, en beroemen met zyn erfdeel. Nog meer Zalig wordt zulk een na dit leeven, wan- ■ neer op deeze eerftelingen de volle Oogst volgt; het nooit te itoor.cn, het nooit te • eindigen genot van zo eene Vreede, Vreugde en Heerlykheid, als nooit oog i zag, noch oor hoorde, noch ooit opklom in 2 eenes menfchen hart. Dit Zalig zyn (/SjS) j kent de Zaligmaaker toe aan de geenen, ( die het Woord Godts hooren en bewaaren. < Met recht ! (A) Zulken zyn aanvanglyk \ Zalig. Welgelukzalig, zegt de Opperfte h Wysheid, is de mensch , die na my hoort, 1 daaglyks waakende aan myne poorten — a Spr. Vllï: 34, 35. Door dit Woord te boa- ) ren en te bewaaren worden de menfchen, g

ZALIG. gy

onder de medewerking van G.;dts Geest, wys gemaakt tot Zaligheid, 2 Tim. III: 1*. Der Blmden oogen worden verlicht: de Sleeten ontvangen Wysheid, en de Dwaalenden van Geeste koomen tot verftand. Men zie met welk eenen ophef de Dichter 'er van

t^Jl Pf' CXIX,: 97-IOO. §eeGÏÏ Woord boort, en bewaart, ontvangt in zich het onverganglyk Zaad der Wederge, boorte, tot verwekking van het geeste fyk erVia'„ Dle Godi verbaart , om te zyn als Eerftelingen zyner Schepfelen , wederbaart Hy door bet Woord der Waarheid» Jak. I: 18. Die Godts Woord'hoort en bewaart ontvangt 'er door het geene hem voeden yerfterktin het geestelyk leeven, i Petr; Ht Hebr- V: 13,14. w u-rekt hem al verder tot een Zwaerd des Geests,

1p j ■£ 10 ' waar mede hy de verleidende Dwaalgeesten 'kan te keer gaan. Uok tot een balfem van Vertroostinge teo-en verdrukkingen en wederwaerdigfieeden , w 54 v 92. De kragt van dat

Woord voor den geenen, die het hoort en bewaart kunnen wy van niemand beeter teeren, dan van den Heere zelf. Hy vergelykt zo eenen, by eenen Man, die zyn buts bouwt op een fleenrotz, 't zuelk daar op onbeweeglyk pal ftaat tegen Hortinnen van den flagreegen, het ftormen van den wind, en de aanftootingen van den vloed, Matth. VII: H , 25. Die Godts Woord boort en bewaart, wandelt met een verwyd harte. Men kan in den weg z>an Godts ge. tuigenisfenvrolyker zyn, dan over allen rykiom> Pf. CXIX: 14. Want zulk een deelt in Godts gunst, en ontvangt veele blyken ?yner goedkeuringc. Die zyne Wet beminden,hebben grooten Vreede, Pf. CXIX- 165 Welgelukzalig is de Man , die den HEERE. 'reest, en grooten lust heeft in zyne geboden. Zyn Zaad zal geweldig zyn op Aarde. Het reft'achtder Oprechten zal gezeegend worden, n zyn huis zalhaaveen rykdom weezen. Zy\e Gerechtigheid beftaat in eeuwigheid, Pf. :XII: 1—3. Doch alle deeze diiigen,'hoe' ;root ook , zyn maar beginfels van dat root Goed, t welk de HEER voor zulken eeft wechgelegd. (Bj Die Godts Woord boaen en bewaaren zullen ook Zalig zyn na it leeven in de heerlyke eeuwigheid Vant dit Woord is het Woord des eeuwien leevens , joh. VI: 68. Zyn Woord u .

hoo-