Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEEP.

en bytend vermogen de Kleederen te verderven , maar om ze van haar vuil en vlekken te zuiveren. En dus is deeze dag zyner toekomfte heel zeer te onderfcheiden van dien toekomftigen dag, van welken gefprooken wordt Cap. IV: i, die koomen zou, brandende als een oven, als wanneer alle boogmocdigen, en al, wie Godtloosheid deed, zouden zyn als een ftoppel. Dat was die Dag, die Jeruzalem, en te gelyk geheel der Jooden Kerk- en Burgerftaat dermaaten verwoesten zou, dat hun noch tak, noch wortel zou gelaaten worden. Hier zou zyne Verfchyninge alleen dienen tot zuivering. Van wie ? Volgens het 3de vs., van de Kinderen van Levi, die Hy dermaaten zou reinigen en louteren, dat zy den HEE' RE Spys- offer (te weeten Geestelyk) zouden toebrengen in gerechtigheid. 'Maar-in het 4de vs. wordt ook van Juda cn Jeruzalem , en dus van de geenen , die wat meer in 't gemeen, tot het Joodsch Volk behoorden,gezegd, dat hun Spys- offer den HEERE zoet zou weezen , als in de oude dagen, in de voorige jaaren. Dit voorön- : derftelt dan ook eene Zuivering ; doch, in onderfcheidinge van die Hoogmoedigen, '. en die Godtloosheid deeden , welken , volgens Cap. IV: i , het eindelyk verderf ' befchooren was; van zulken, die behoor- : den tot het Ovcrblyfftel naar de verkiezinge : der genade: En van derzelver Zuiveringe is < het te verftaan , als hier gezegd wordt: i

Hy zal zyn als het vuur . («} Die wa- ;

ren dan wel kostelyke Kinderen van Ziön , 3 naar hunne innige waerdy hetfyne Goud ( gelyk te fchatten; maar vermengd met en 1 verdonkerd door veel fchuim. Wel een I by Godt kostelyk gewaad in zich-zelve , l maar vuil en ongezien door veele vlek- 1 ken. -Welke waren die ? Het geheel 1 dwaas, en nochthans vry algemeen Volks- \ gevoelen, dat de Mesfias als een Aardsch a Vorst, het Koningryk in Jeruzalem her- g ftèllen, hen van onder het juk der Vreem- ïi den verlosfen, en hun den Vreede en d Voorfpoed niet minder vermenigvuldigen g zou, als in de dagen van Salomo. Hunne d verkleefdheid aan, en vertrouwen op het t< verdienftelyke van eene Wettifche eigene g gerechtigheid , beftaande , behalven de d Offerbanden en andere Plegtigheeden, is door Mofes ingefteld, in het.ftipt onder- zi houden van deeze en geene Pharizeeuw- h

ZEEP. 239

fche ldeinigheeden, naar de inzettingen van menfchen, en de zogenaamde Overleveringen der Ouden. Voorts een merkelyk verval inde Zeeden,in het ftuk van Eedzweeren, het Woekeren, het verftooten zyner Vrouwe door aan die eenen Scheidbrief te geeven, het haaten en vervolgen van zynen Medemensch , &c. Veroorzaakt door de verkeerde Uitlegginge van de Godtlyke Wet, door niet te letten op den wyduitgeftrekten en geestelyken zin van de Wet, om niet te fpreeken van veele andere zonden, die de Jooden, door hunne verkeeringe met de Heidenen, van die overgenoomen hadden , en door een langduurige gewoonte zo algemeen geworden waren, dat men zich byna verbeeldde , dat die geene zonden waren. (£) Daar tegen nu zou zyne Leere ingericht zyn, om hen van alle die Wanbegrippen en Wanbedryven te zuiveren. Door aan te toonen, dat zy alle denkbeelden van een Aardsch Koningryk , door Hem op te richten, moesten laaten vaa:en. aangezien Hy gekoomen was, niet om gediend te worden, maar om te dienen, en zyne ziele uit te ftorten in den dood, en tc geeven tot een rantzoen voor veelen. Dat 'tekeering en geloof de Hoofdpligten wa» •en van zyn Koningryk; dat die in het:elve wilden ingaan , moesten verlopend zyn aan Aardsch belang , genak en vermaak, en zich getroosten, om ;ynes naams wille fmaadheid en verdruk:ingen te ondergaan. Dat zy met geene )ffcrhanden, Wasfchingen van handen,, annen en vaten, en andere Pharizeeuwche Pligtpleegingen voor Godt konden eftaan ; dat zy eene andere Gerechtigeid noodig hadden, die eeuwige, welke ly aanbrengen zou, welke, om aan dezele deel te krygen, zy niet anders konden anneemen dan door het geloof, met een eheel afzien van alle eigene Gerechtigeid. Dat zy, ten aanzien van den Wanel, zich niet alleen moesten onthouden van rove zonden, maar ook van de mindere» ie men hun had wys gemaakt geöorlofd : zyn. Dat, zou hun Wandel Gode welïvallig zyn , zy altoos moesten in geichteh houden, dat de Wet geestelyk , cn dat die gevolglyk eischt, zo wel liverheid des harten, als reinigheid der mdem Men voege hier nog eens by

Sluiten