Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

358 ZIELE.

ZIELE.

'het ook van zelf, dat wy hier niet kunnen denken om het Graf. Daar in komt wel het Ligchaam, maar niet de Ziel. Als de Mensch geftorven is , keert het Stof, zyn ftoflyk deel, het Ligchaam, wel weder tot aarde, zo ah het geweest is: Maar de Geest keert weder tot Godt, die denzelven heeft gegeeven, Pred. XII: 7. Om van denzelven zyn vonnis te ontvangen, 't zy van vryfpraak, 't zy van veröordeelinge. Wy hebben hier het woord bïüÜ, 'twelk de

Onzen dan eens door Graf hebben vertaald , dikwils ook door Helle. Hier is het ook zo te neemen, en dan zal het aanduiden de plaats en ftaat der van het ligchaam afgefcheidcne Zielen, welke voor dc geenen, die in hunne zonden fterven, een plaats en ftaat zyn van de uiterfte rampzaligheid , veel afgryzelyker , dan men zich kan verbeelden. Deeze Helle (B) moeten wy ons voorftellen als iemand, die de Ziele in zyn geweld heeft, dezelve als in zyne hand (wy hebben hier het woord T) gekneld houdt. Niet te onrechte! De Mensch heeft gezondigd, hy heeft zich-zelven als vleeschlyk verkogt onder de heerfchappy der Zonde. De Duivel; die de Geweldhebber des doods,At Forst der Helle is, heeft den mensch tot het zondigen verleid, en daar door overwonnen, des houdt hy den mensch gevangen in zyne Jlrikken , tot het doen van zynen wil, en fleept hem , na zynen dood, als de Uitvoerder van het Strafvonnis der Godtlyke gerechtigheid , ter Helle in, om daar met keetenen der duisternisfe bewaard te worden tot het Oordeel des grooten dags. Welk een verfchriklyk vooruitzigt voor de lieden, die van de IVaereldzyn, die geen hoope op Godt hebben, die hun deel zoeken en ontvangen alleen in dit leeven.^(pf) Een veel heuglyker Vooruitzigt had onze Dichter. Hy verwachtte, dat Godt zyne Ziele van dat geweld verlosfen zoude. (A) Hel woord ("H3 Verlosfen wordt gebruikt zc

wel van een Verlosfen, 't welk gefchied] door het betaalen van een Losgeld, gelyk ir onzen Pfalm, vs. 8, als van een Verlosfet door Over magt, door den Vyand, die ie mand onder zyn geweld heeft, te overweldigen. Zo zegt Godt: Ik zal u rukker, uit de hand der boozen, en ik zal u verlosfet

uit de hand der tyrannen, Jerem. XV: ar* Plet een en ander kan hier in aanmerkinge koomen. Zal de Mensch verlost worden van V geweld der Helle; dan moet aan Godts ftraf-eifchende gerechtigheid genoeg gedaan worden door het betaalen van een gelykwaerdig rantzoen, dat is» het lyden van eene gelykwaerdige ftraffe. En de Geweldhebber der Helle, de Duivel, moet overwonnen, en daar door van zyne magt en heerfchappy, die hy over den mensch, als zynen Gevangenen,had,ontzet worden. Dit nu konde door geenen blooten Mensch ooit worden gedaan. De ftraffe , die als het rantzoen moest zyn aan de Godtlyke Gerechtigheid, kon de eene Mensch voor den anderen niet doorftaan, veel min af koopen door verganglyke dingen, goud of zilver. Niemand van hun, zegt onze Dichter , vs. 8, 9, zal zynen broeder immermeer kunnen verlosfen: Hy zal Gode zyn rantzoen niet kunnen gec ven. Want de verlosfinge hunner Ziele is te kostelyk, en zal in eeuwigheid ophouden. Ook zal hy den Duivel, die zo wel groot van magt, als boos van aart is, niet kunnen overwinnen, en anderen van onder zyn moordgeweld vrymaaken. Hier komt de vraage te pas: Zoude ook eenen magtigen zyn vangst ontnoomen worden, of zouden de gevangenen eenes rechtvaerdigen ontkoomen ? Jef. XLIX: 24. Zo ergens, zo is zekerlyk hier in, al des menfchen heil en hulpe maar ydelheid. (B) Onze Dichter verwachtte het daarom van boven. Godt , zegt hy, zal myne Ziele verlosfen. Volgens de Leere der Drieéénheid, en den aart der Godtlyke Huishoudinge, zullen wy hier door Godt bepaaldelyk den tweeden Perfoon, den Zoon moeten verftaan, als aan wien der Verlosfinge eigen is, waarom Hy ook, meer dan eens, de Verlosfer, wordt genoemd. Hy was in 't eeuwig Vreedes-verdrag met zyn harte Borg geworden, om, in der Zondaaren plaatle, tot Godt te genaaken , zeggende : Verlos hem^ dat hy in het verderf niet nederdaale: Ik hebbe verzoening, zo als onze Overzettinge heeft, of, zo anderen willen, het losgeld gevonden, Job XXXIII: 24 , Jerem. XXX: ai. Van wien dan ook voorzegd was, dat Hy zyne Ziele zou uitflorten in den dood, en geeven tot een fichuld-offer voorvoelen, Jef. LUI: 10,12; dat is, gelyk Hy zelf het

ver-

Sluiten