is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

446" ZIMRI.

Judas. Onder Davids Raadsheeren de trouwlooze Achitophel. Onder de Hovelingen van Koning Benhadad een Hazaël, die hem, daar hy krank lag, onder een natgemaakte deeken verfmoordde,2.Kon. VIII: 15. En zo was 'er ook aan het Hof van Ela een Zimri, (33) die eene Verbindtenis tegen hem maakte. Zo doen Moordenaars. Zy zoeken anderen door groote beloften aan hun fnoer te krygen: Gaat met ons: Laat ons op bloed loeren —. Alle kostelyk goed zullen wy vinden —. Gy zult uw lot midden onder ons werpen; wy zullen allen eenen buidel hebben , Spr. 1: 11—14. Zo doen ook Ryksweêrfpannelingen. Gelyk zy boos zyn, zyn zy ook doorgaans loos, en het ontbreekt hun aan geene kunstgreepen en voorwendfels, om anderen mede in te wikkelen. Zimri was een voornaam Krygs-overfte, en had daar door veel invloed op het Krygsvolk. Die eenige reede van ongenoegen meenden te hebben, zal hy hebben opgeruid. Anderen agter zich afgetrokken hebben door gefchenken, en groote beloften. Te faamen zal hy ze minagtinge en afkeer tegen den Koning ingeboezemd hebben, waar toe deszelfs ongereegelde leevens wyze niet dan al te veel ftoffe gaf. Zo gelukte het hem, een genoegzaam aantal met zich te veréénigen , die zich onderling, waarfchynlyk onder eede , verbonden , den Koning om hals te brengen. De Verbind' tenis was nu gemaakt. (3) 't .Kwam nu maar aan op de Uitvoeringe. (NN) 't Duurde niet lang, of de geleegenheid werd daar toe gebooren. Ela dronk zich dronken ten huize van Arza , den Hofmeester te Tirza. («) 'Er zyn Helden, die zich een onverwelkbaaren Krygs-roem verwerven door hunne dapperheid en groote daaden: Maar 'er zyn 'er ook , over welken een wee wordt uitgeroepen : Die Helden zyn , om wyn te drinken; kloeke Mannen, om fterken drank te mengen , Jef. V: 2.2. Van het laatfte foort van Helden,was Koning£/<z. Zyn Volk lag geleegerd voor Gibbethon, om dat den Philiftynen te ontweldigen , vs. 15. Daar had hy moeten zyn, om zyn Volk aan te moedigen tot den Stryd: Maar, in plaatfe van dat, bleef hy in zyne Ryksftad, te Tirza, en hy dronk zich dronken. Door Dronkenfchap ontmenscht de mensch zich-zelven; verbyftert zich het verftand,

Z I M R £

belemmert zich de fpraak, krenkt zyne gezondheid, maakt zich als lam aan handen en voeten , en ftelt zich bloot voor allerlei wanbedryven en gevaaren. De Dronkenfchap heeft dan iets fchandelyks voor ieder Mensch ; maar iets dubbel fchandelyks voor eenen Koning. Door zyn voorbeeld , 't welk als een glinfterende Zon moest zyn, wordt hy anderen tot een verleidend Dwaallicht. Hy verdooft den fchitterglans zyner Majesteit, en blust in anderen uit den eerbied en het ontzag, 't v/elk men derzelve fchuldig is. Hy maakt zich tot de regeeringe onbekwaam. De Dronkenfchap maakt hem gelyk aan eene opengebrookene Stad zonder muur. Ze leevert hem in den fchoot der vuile Wellust ; ze beknelt hem in de magt van baaten heerschzugtige Gunftelingeu; daar hy een Vader des Volks moest zyn, verandert ze hem in een woedenden Wreedaart. Kambyfes is dronken , en doorfchiet uit baldaadigheid den Zoon van Prcexafpes , zynen waerdften Vriend. De groote Alexander is dronken , en hy doorfteekt met eigener hand, zynen Klitus, zynen trouwften en oudften Vriend, die te gelyk met hem was opgevoed, 't Was daarom zo geheel vreemd niet, dat oVon'er een Wet van maakte, dat een Archon, een Magiflraats-perfoon, op dronkenfchap betrapt zynde, met den dood zou geftraft worden. Eene der wyze lesfen van Koning Lemuëls Moeder was: Het komt Koningen niet toe, wyn te drinken , en Prinfen, fterken drank te begeeren, op dat zy bet gezette niet vergeeten , en de rechtzaake aller verdrukten niet veranderen, Spr. XXXI: 4, 5. Deeze in eenen Koning zo fchandelyke zonde , was, naar 't fchynt, de Hoofdzonde van Ela; zyne daaglykfche weelde en vermaak. Hy was niet maar dronken, bevangen , als by verrasfinge , van den wyn; maar, als een Zwelger met opzet, dronk hy zich dronken, (0) ten huize van Arza, den Hofmeester te Tirza. («<*) Een Man, die aan het Hof van Ela hetzelfde aanzienlyk ampt bekleedde , als Obadja aan het Hof van Achab , en Eliakim aan dat van Hiskia. De Hofmeesters worden geteld onder de eerfte Amptenaars, van dc Kroon, en droegen een byzonderen Gordel en Sleutel, tot een ken- en fiermerk van hunne waerdigheid, zo als is af te

nee-