Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Z O Ni

den' BefChouwer voor als een Schepfel, 't welk, meer dan eenig ander, 't welk wy aan den Heemel zien, ons moet.vervullen met de ver-heevenfte denkbeelden van des Scheppers eeuwige kragt en Godt. lykheid. Zeerwel, zege J, Syrach, Cap. XLIÏI: 2—5. De- Zon,, wanneer men ze. aanfchouwt, verkondigt Godt in haaren opgang: Zy is een wonder lyk inftrument, een werk des Allerhoog/len. Men blaast een Oven aan tot vjerken der hitte; maar de Zon verhit driemaal meer,.,die de bergen aan/leekt, en vuurige dampen uitblaast, en met het glinfteren van haare ftraalen de oogen ver* duistert. Het is een groot Heer, die dezelve gemaakt heeft, en (voegt hy 'er by, waar van ftraks iets naders,) die fjaare reize door woorden heeft doen ftil/laan. (») Wat is. de Zon? En waar toe is ze gefchapen? Zc is een klomp van louter, allerzuiverst vuur, van eene verbaazende grootte. Of de Zon zich beweegt, rontom de Aardkloot, of, integendeel de Aardkloot rontom de Zon; of de Zon, volgens de be-; reekening der Ouden 166 maaien , of,.' volgens laatere waarneemingen iooooo maaien grooter zy dan. de Aardkloot; of haar afftand van ons zo verre zy , dat een kanonkogel 24. jaaren:, of een Schip, dat in eenen dag. en nacht 50 mylen afzeilt v 1100 jaaren-van nooden zou. hebben, om dezelve te bereiken , zyn dingen, die wy, overlaaten.. voor. het- onderzoek. van Natuur- en Heemelloop-kundigen. Wien het lust, zie de XXV. Befchouw. van B.'Nieu•wentyt, Waer. Bcfchouwingen,- §. 3—1%. Het groot Oogmerk,waar toe ze gefchaapen is, is om te verlichten, te verwarmen , en heerfchappy te. hebben over. den dag , Gen. I: 16. («*)■ Om te verlichten, en te gelyk ook, om te verwarmen: Daar toe moest ze noodzaaklyk louter vuur zyn. En zou ze dien dienst , op , eenen zo verren af-, ftand, aan geheel de Aarde bewyzen, zo moest ze noodwendig grooter.zyn dan eenig ander, der Heemelfche lichten. Ze heet daarom ook by Mofes, Genef.-1: i,<5, het groote licht. Zeis, volgens. Cicero, de, Vorst en Bcfluurer-van-alle" de overige lichten, Dux et Princeps, et .-Moderator rcliquorum luminum , mens mundi. Virgilius roept haar toe : Sol, qui terrarum opera omnia luflratt O-Zon, die alle werken op aarde bezigügt. Maar is de Zon een zo

O Ni 517

verbaazend groote. vuurklomp. Wie onderhoudt dat vuur in zyn altoos brandend vermogen , zonder dat het in zo veele duizend jaaren in iets het minfte is verflaauwd, veel min verteerd ; zonder dat iemand, door het bybrengen van nieuwe brandftoffen, hetzelve voedt? Wie anders, dan Godt; een Godt van onbegrensde Almagt? Hoe juist is de. afftand der Zonne van de Aarde! Vcrwyderde ze zich verder door mangel van haaren genoegzaam verwarmenden invloed, zou alles van koude; verkleumen. Kwam ze ons nader, door' overmaat van hitte, zou alles verdorren geheel de Aardkloot veelligt-.in brand vliegen. Wie houdt een Ligchaam vaneene zo verbaazende grootte in dien juiftenafftand , zonder dat het , finds zo een' reeks van. Eeuwen , iets het minfte daarvan afgeweeken is? Wie anders dan Hy,, die ook de Aarde in de lucht als opgehangen heeft aan een niets, dat is, Godt de Almagtige ? Moet de Zon heerfchappye hebben over den dag, wie heeft derzelve^ haaren loop en ordeninge voorgefchreeven , om, door eenen gereegelden , en finds zo veele honderden van jaaren telkens, van jaar tot jaar, wederkeerendenop- en ondergang,: onderfcheid te maaken tusfehen den Dag en de Nacht, beurtelings' dan voor de eene, dan voor de andere helft van den Aardkloot? Wie anders , dan dezelfde Godtlyke Almagt ? Wie in dit alles niet erkent en bewondert» de Almagt, Wysheid en. Goedheid vaneen Opperweezen , 't welk de Zon tot zulke ons heilzaame oogmerken gefchaapen heeft, en , om aan die oogmerken fteeds te kunnen beantwoorden,-eeuw in. eeuw uit, onderhoudt en beftuurt, moet zo een zyn, die voor geen reede vatbaar, is, of, willens, zyne oogen fluit voor hetmeest ftraalend licht van overtuiginge.. (/3£) Dan, hoe-zeer Godt de Zon aan 011veranderlyke, Natuurwetten heeft verbonden, Hy heeft 'er zich-zelven niet zo-aan. verbonden, dat Hy 'er nooit van zou Ver-, mogen af te.gaan. Des heeft meh nu.en. dan.aan de Zonne wel iets wonderdaadigs? zien gebeuren. Dat bedoelde Syrach toen hy zeide, dat Godt haare reize door woorden had doen ftil ftaan.' Men denke aan. het wonderdaadig ftil ftaan der Zonne. te Gibe'ón, om den dag te verlengen, op. Ttt 3 dat

Sluiten