is toegevoegd aan je favorieten.

Hedendaagsche historie of Het vervolg van de Algemeene historie [...]. X{de} deel [...] der Europische historie; behelzende die van het koningryk Napels.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van NAPELS. a$7

de, en naar Spanjen fcheep ging, alwaar hy omtrent het midden van oogftmaand landde, en wanneer hy te Barcelona plechtiglyk gekroond was, maakte hy eene verbinte. nis met den koning van Kalabrien , en trouwde deszelfs dochter (d).

Weinige maanden daarna werden de Siciliaanen op nieuws ontzet door de fcheepstoerufting der Genueezen; en dewyl het gerucht ging, dat de galeyen van Genua vyandlykheden tegen de Siciliaanfcbe fchepen begonnen hadden, zondt Don Frederik een gezant, om aan dat gemeenebeft deszelfs onvoorzigcigheid , om tot het vergrooten der macht van Frankryk mede te werken, onder het oog te brengen ,- ook werden de Genueezen door dat gezantfchap overgehaald om hunne fcheepstoerufting te ftaaken , en be. vestigden eene nieuwe wet tegen het voeren van oorlog te. gen de Siciliaanen. Omtrent dienzeifden tyd kwam Rogier di Loria uit Katalonien, en zeilde naar de kuft van Kala. bricn; alwaar hy met eenigen van zyne matrozen aan land gegaan zynde, eene bende Franfcben, welke derwaards getrokken waren tegen de fteden die aan de Siciliaanen onder, worpen waren, aantaftre' en verftoeg. Van daar zeilde hy naar Griekenland, en bemachtigde de eilanden van Corfu. Malvaly en Scio, waarfchynlyk om dat de keizer toegelai ten hadt, dat zommigen zyner zeeplaatzen met Franfcl krygsvolk bezet wierden. Wanneer hy omtrent het mid. den van wynmaand terugkeerde, hield hy een mondgefprek met Don Frederik, en ftelde voor om de Napelfcbe kuften ir de volgende lente, met eene machtige vloot aan te tas, ten (ƒ),

Middelerwyl hadt koning Jakob geweigerd zig aan hei verdrag, tuflehen zyn broeder en den koning van Frankryl

(ijuBARTHOL. de Neocaftr. ie) Nicoi. Special.

Ll rkp. Kist. X Deel. I Stuk. K k

II.Boek. i.

Hoofdst. v. Afd.

KonirtgJZ' kob volgt op in het koningryk van Arragon door het overlyden van Alpbonfus. 1292.