is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe beschryving der walvisvangst en haringvisschery.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BYZONDERHÊDEN DAAR TOE BETREKKELYK. s5

De Wïtvhfcben, welke voorheen de voorwerpen waren van 's Menfchen begeerte, doch thans, na dat men de Walvisfchen heeft beginnen te vangen, minder in aanmerking komen, zyn mede onder de grootfte Visfchen. welke de Zee voortbrengt, te tellen; zy evenaaren en overtreffen zomwylen verre de Butskoppen in grootte. Deeze visch heeft eenige gelykheid mee den Walvisch. Op den rug heeft by geene vin, maar onder aan het lichaam twee; de ftaart is als die van den Walviscb. Hy heeft ook een blaasgac op den kop, waar uit hy, gelyk deeze, het water uitblaast, en tevens een bult of verhevenheid, met welke ook de kop van den Walvisch voorzien is. Hy is geelachtig wit van kleur, en heeft, naar zyne grootte, veel fpek, doch hetzelve is zeer week, waar door de harpoenen niet zelden uiticheuren.

Wanneer de Witvisfchen in meenigte gezien worden, houdt men zulks voor een goed teken, dewyl men oordeelt dan veele Walvisfchen te zul. len ontmoeten, om dat hun beider voedzel van den zelfden aart fchynt te zyn: dikwerf ziet men eene groote meenigte by eikanderen, zelfs verhaalt rnen op den negentienden van Zomermaand, terwyl men bezig was eenen Walvisch af te maaken, eenige honderden van deeze Visfchen by eikanderen gezien te hebben.

Onder de zeldzaame Visfchen, welke echter zomwylen by geheele hoo-' pen hier gevonden worden, telt men den Eenhoorn-Visch. Deeze hebben ook een blaasgat, gelyk de voorheen befchreevene; in lichaamsgeftalce zyn ze met ongelyk aan den Zeehond; doch ten opzichte van hunne benedenfte vinnen, hebben zy met den Walvisch veel overeenkomst. De kleur van hunne huid is verfchillende, by zommige zwart, by andere grauwachtig. Onder den buik zyn zy wit, en haare lengte is van zestien tot twintig voeten. Of zy eene vin op den rug hebben is onzeker, dewyl zy by zommige Schryvers met dezelve, by andere zonder die, gevonden worden. JJe hoorn of tand, welke uit de bovenkaak voortkomt, fchynt hun ter verdeediginggegeeventezyn; men zegt, dat zy dezelve, wanneer zy zwemmen, niet zelden boven het water houden. De oudheid, welke met dan te veel afbeeldingen gegeeven heeft van Dieren, welke nimmer m de Natuur gevonden worden, was van gedagten, dat de hoornen deezer Visfchen het wapen waren van zekere viervoetige Landdieren, die de gedaante hadden van een paard; doch naauwkeuriger waarneemingen hebben de ongegrondheid van het beftaan deezes verdichten Land-Eenhoorns ten klaarften getoond, en ons beweezen, dat deeze hoorns aan den kop van deezen visch gevonden worden. Veel wordt van deezen Visch gefproken, doch nergens is ons een naauw,

* keuriger