is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe beschryving der walvisvangst en haringvisschery.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*» DE WALVISCHVANGST, MET VEELE

daar uit zeldzaame befluken wegens den oorfprong van het Amber gemaakt; doch thans heeft de meergenoemde Dudley, Lid van het Koningiyk GrootBrittannifche Genootfchap, getoond, dat het de fnavelen van zekere kleine visfchen zyn, Squid genaamd, welke deeze Walvischzoort in meenigte, als haar meeste voedzel, inftokt.

Kampfer heeft ook van twee Walvisfchen melding gemaakt, die Amber in hunne ingewanden hadden, en op de kusten van Japan gevangen zoude» zyn, waar van de eene Fianfiro en de ander Mokos genoemd werdt; doch hy befchryft dezelve niet, en wat hy anders daar van by brengt, fchynt zeer verdacht.

In den jaare 1720, den laatftendag van dat jaar, gebeurde het, datby een hevigen ftorm en zeer hoog water, een Cachelot van die zoort op de Elvegeraakte, en, vermits hem door de daar op volgende eb het water te veel ontliep, op de gronden zitten bleef ,• als wanneer, naardien hy door het geweld der op hem ftootende baaren gedood werdt, het boerenvolk hem naar Vischhaven, een dorp iets meer dan een myl van Stade gelegen, fleepte, en van zyn fpek, zoveel men konde magtig worden, beroofde. Vermits geen Natuurkundige zich ten dien tyde de moeite gaf, om dien visch te befchouwen en te ontleeden, heeft de Natuurkunde het voordeel van die zeldzaame gebeurtenis niet genooten, dat zy had kunnen genieten; ondertusfchen, op dat ook het weinige, 't geen ik gedeeltelyk uit het verhaal van die den visch gezien hebben, gedeeltelyk uit nader befchouwing van de weinige ftukken, die van denzelven naar Hamburg gekomen zyn, heb konnen opmerken, niet verlooren ga, zal ik het zelve hier aantekenen , in hoope, dat het den Natuurbeminnaaren niet onaangenaam zal zyn* Zyne lengte was 60 tot 70, en zyne hoogte 30 tot 40 voeten, doch zyne geftalte, gelyk de afbeelding van een van zyne zoort by Jonfion Lib. V» de pifcibus Tab. XLII. voorftelt, hoewel men zich 'er in vergist heeft. De kop was naar gelegenheid van den visch ongemeen groot, en deszelfs bovendeel , tegen het onderdeel gerekend, zonder evenredigheid, hoewel al* leen naar het uiterlyk aanzien, maar gewis niet naar het wyze oogmerk van den Schepper; want daarom heeft de kop van dien visch zo groot moeten zyn, op dat hy die ruime kas in zich zoude konnen beftuiten, waarin hy de niet alleen tot zyn nooddruft, maar voornaamelyk ook ter geneezing van de Menfchen (inzonderheid in de ruwe Noordelyke Gewesten, alwaar de borstziekten menigvuldig zyn) zo noodzaakelyke als nutte ichat van zyn brein in genoegzaame meenigte met zich draagen en bewaaren moet; gelyk dan ook, als de gezegde boeren den kop onverftandig gekloofd hadden , dat brein ab een dikke vochtigheid 'er uitgeloopen was, uit welke een

Apothe-