is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopt tydrekenkundig begrip der algemeene geschiedenis.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<?an CONSTANTINUS sin GROOTEN ap tot op ben TEGENWOORDIGEN TYD. 6j

j <n «b? Staaten.

re plaatfen; zo dat Vitigès eindelyk genoodzaakt wordt, zig in zyne Hoofdftad Ravenna op tc ljui-.cn. Geduurende dit alles wordt Italiën bezogt met eene verfchrikkelyke hongersnood cn pest, natuurlyke gevolgen van de verwoestingen dti oorlogs.

*3*

Milaan, zedert eenige maanden dóór eên fterk Gothisch Corps, en eene hulpbende Bourgondiërs, door den Franfchen Koning Theodebert aan Vitigès gezonden , belegerd geweest zynde , wordt eindelyk ingenoomen, en deerlyk geplunderd. Justinianus, nu vreezende, dat het misveïltand tusfen zyne twee Bevèlhebbers, meerdere verliezen, ja mogelyk dat van geheel Italiën, zal na zig fleepen, neemt het befluit, om Narfès te rug te roepen. Belifarius, van dien mededinger veilost, zet den oorlog gelukkig voort, verovert verfcheidene plaatfen, terwyl anderen zig vrywillig onderwerpen, en flaat eindelyk het beleg om Ravenna. Vitigès , in de uiterfte engte gebragt, en vrugteloos hulp by de Lombarden gezogt hebbende , zendt gezanten naar Perfiën, om den Koning van dat Ryk tegen Justinianus op te hitfen, en dus dien Vorst te noodzaaken, het Leger uit Italiën te rug te ontbieden, [zie hiervan verder het Oosttn.] Middelerwyl trekt Theodebert, aan het hoofd van meer dan 100,000. man, de Alpen over; en, doof Gothen en Grieken beiden als hunne bondgenoot aangezien, bedient hy zig verraaderlyk van dat vertrouwen , om beiden tevens aan te tasten, plundert Genua en andere plaatfen in het bovenfte gedeelte van Italiën, en keert met een ryken buit te rug; echter niet, dan na de helft zyner troepen, door gebrek aan levensmiddelen, verlooren te hebben. Van den benaauwden toeftandvan Vitigès misbruik maakénde, heeft hy verder de onbefchaamdheid, om dien Vorst, ook uit naam der twee andere Franfche Koningen, eene hulp, waartoe zy reeds volgens het verdrag van 536. verpligt waren, aan te bieden, op voorwaarde, dat een gedeelte van Italiën aan hen weide afgedaan; doch Vitigès verwerpt dien voorflag met verontwaardiging, en toont zig geneegen, om liever met de Grieken in onderhandeling te treeden. Justinianus van zynen kant, uit vreeze voor de toerustingen der Perfiaanen, niets liever wenfehende, zendt twee gezanten tot hem , om den vreede te fluiten, op voorwaarden, dat de Gothen alleenlyk het gedeelte van Italiën tusfen Frankryk en de Rivier de Poo zullen behouden, en het overige aan het Keizer-Ryk afftaan. Vitigès neemt die voorwaarden greetig aan; en Belifarius vindt zig in de netelige verpligting, om of tot een verdrag te befluiten , 't welk hem eensklaps fluit in den voorfpoedigen loop zyner veroveringen, of wel, om zig aan de ongenade des Keizers bloot te ftellen. Doch de Gothen zelven redden hem uit deeze zyne verleegenheid: hunnen Vorst van verraad of lafhartigheid verdenkende, zetten zy hem af, en bieden de kroon aan Belifarius, wiens dapperheid en deugden hen bekoord hadden. De braave Veldheer betuigt zig daaromtrent niet te willen verklaaren dan in .Ravenna; hen alleenlyk ten plegtigften veiligheid voor hunne perfoonen en goederen toezeggende. De Gothen, aan het aanneemen van hunnen voorflag niet twyffclende, haaien hem in zegepraal te Ravenna binnen , alwaar hy zig van de perfoon, het huisgezin en de fchatten van Vitigès verzeekert; doch voor het overige heilig zyn woord houdt omtrent de Gothen, aan wien hy eindelyk, tot hunne groote teleurftelling, verklaart, dat hy een onderdaan van Justinianus, en als zodanig verpligt is, de kroon te weigeren; hen tevens vermaanende, om zig aan het gebied van dien Vorst vrywilliglyk te onderwerpen, het welk zy hardnekkig afflaan , offchoon.van alle hunne bezittingen in Italiën niets meer overig hebbende, dan Pavia en Vcrona.

540.

De Gothen , vrugteloos getragt hebbende Bclifaiius tot andere gedagten te brengen, bieden de kroon aan Vraias, een hunner dapperfte Officieren, die dezelve affiaat, en de keus doet vallen op eenen anderen

I. DEEL. I

Het GRIEKSCHE RYK, en het Oosten.

Geestelyken, en het regelen der Kerkelyke tugf; betoonende in dit alles meer verwaandheid da» weezenlyken yver. Onder zyne Ordonnantië» is inzonderheid aanmerkelyk die, waarby hy den Geestelyken ontfloeg van de verpligting, om voor een burgerlyken rechtbank te verfchynen, en hen aan het rechtsgebied der Bisfchoppen onderwierp, echter met verlof, om zig van derzelver vonnisfen op den Vorst zelven te beroepen.

Justinianus voltooit de herbouwing der pragtige Kerk van St. Sophia te Conftantinopolen, [zie 531,] een overheerlyk geftigt, waaraan marmer, goud, zilver, en andere kostbaarheeden , zelfs edele gefteentens, niet gefpaard waren; doek waartoe hy ook de fchatkist byna geheel had uitgeput. Dit gebouw , waaraan verder weinig of geen houtwerk gebeezigd was, om het verbranden voor te koomen , wordt door den Keizer plegtig ingewyd; by welke geleegenheid hy , in, eene vervoering van zelfs-voldoening over eea werk, waarvan de grootfte eere zeekerlyk den bouwmeester toekwam, verwaandelyk uitroept: Saiomon! ik heb u overtroffen. Voorts fielt hy48j. Geestelyken aan, (die naderhand tot 800. vermeerderd werden,) behalven nog 40. Diakonesfen , om de bediening dier Kerke waar te neemen , en bepaalt eene rykelyke jaarlykfche fomme tot derzelver onderhoud; al het welk de inkomsten des Ryks, die tot gewigtiger zaaken befteed konden worden, byna geheel-en-al inflokt.

S33.

Justinianus zendt zynen gunsteling, den vermaarden Gefneedenen'Narfes, met eenige troepen naar Italiën. [zie aldaar.]

539-

De Perfifche Koning Chosroës, meer en meeï nayverig over den voorfpoed van Justinianus, en daarënboven aangehitst door de Oost-Gothen, [zie Italiën,] en door de Armeniërs, die tegen het Ryk waren opgeftaan , begint zig ten oorloge toe te rusten. Justinianus, vergeeffche pogingen gedaan hebbende, om de goede vriendfehap met dien Vorst te onderhouden , befluit een einde te maaken aan den oorlog in Italiën. [zie aldaar.] Intusfen doen de Hunnen, en andere Barbaaren, geweldige invallen in Thraciën , lllyriën, en verdere Ryks-Provincicn , alomme plunderende en moordende; om het welk in het vervolg voor te koomen, Justinianus aldaar , inzonderheid langs den Donau, een groot aantal Vestingen laat bouwen, welken naderhand vermaarde Steden geworden zyn.

540.

Geduurende dit alles had Belifarius byna geheel Italiën weder onder de magt des Keizers gebragt, en door zvne deugden niet minder dan door zy-i ne dapperheid aïïer harten gewonnen , uitgezonderd