is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopt tydrekenkundig begrip der algemeene geschiedenis.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vah CONSTANTINUS dim GROOTEN af toï op den TEGENWOORDIGEN TYD. zif NEDERLANDEN, DUITSCHLAND, Het NOORDEN. Het GRIEKSCHE RYK,

984.

Nieuwe oorlog om Lotharingen. [zieFrankryk.]

98y.

De Hollandfche Graaf Dirk verkrygt van Keiler Otto III., die zynen Vader in den jaare '983. in het Ryk was opgevolgd , by een plegtigen Giftbrief, den volkoomen eigendom van 'verfcheidene Landen, die hy te voren flegts van het Ryk ter leen gehouden had; doch 'de eigenlyke legging deezer afgeftaane Landen is geheel onzeeker, offchoon het niet onwaarfchynlyk zy, dat het grootfte gedeelte van Zeeland daaronder begreepen was.

987. De

aanflag, by de eerfte gunstige geleegenheid tc hervatten.

985.

Een der aanzienlykfte Deenfche Grooten , Palnatok , die Sweno opgevoed, en deszelfs aanflagen altoos onderfteund hacl, komt met eenigevaartuigen by Seeland,het voornaamfte van de Deenfche Eilanden , cn ontfeheept zyne byhebbende benden, in het holfte van den nagt. Verneemende, dat de Koning, flegts door een gering getal Wagten vergezeld, in een Bosch zyne nagtrust genoomen had, begeeft hy zig derwaards , verrast den Vorst in zyne flaap , en doorfchiet hem, meteenpyl; waarop Sweno eenpaarig als Koning erkendwordt.

SWEYNo/SWENO, 3. Kening van Deenemarken.

Terftond met den aanvang zyner regeering herftelt Sweno 't oude bygeloot in zyne Staaten, en vervolgt, de Christenen op eene wreeds wyze. Veelen zyner onderdaanen , by wien of het geloof geen diepe wortelen gefchooten had, of die laag of zw.ak genoeg waren, om hun geweeten aan hunne belangen op te offeren, volgen het voorbeeld van hunnen Vorst, die nochtans , door de onwrikbaare ftandvastigheid der overigen, reen vermogen ge.ïoeg bezit, om het Christendom ganschen-al , in zyne Staaten, uit te roeijen.

087. Dc

z

t* acf wosien.

in Italiën. [zie aldaar 981. 4» 981.] — Herftel der vervallene zaaken van het Ryk in luüën4 [zie 983.]

986.

De Saraceenen geweigerd hebbende, de fchatting te betaalen , hen door wylen Keizer Zemisces opgelegd, wordt Bardas Phocas met een fterk Leger tegen hen gezonden. Na eenige wederzydfche vyandelykheeden , moeten de Saraceenen zig wederom onder, werpen.

987.

Keizer Bazilius, de overheerfching van zynen Staatsdienaar , die hem van alles verwyderd hieldt, en zelfs byna als Keizer regeerde, niet langer kunnende draagen, berooft hem van zyne waardigheid en goederen , en zendt hem in ballingfchap ; en zulks wel zo plotfeling, en buiten iemands raad of medeweeten , dat die onwaardige man, wien ander-» zins geen misdaad te fnood geweest zoude zyn, om zig irt zyn aangematigd gezag te hand* haaven, geen tyd of geleegenheid heeft, om dien onvoor-; zienen flag voor te koomen. Bazilius neemt hierop zelfs het roer der regecring in handen ; aan zynen Broeder Conftantinus , die niets liever wenschte, dan zig onverhinderd aan zyne ongeregelde lusten cn driften te mogen overgeeven, niets dan den Keizerlyken naam en eerbewyzing overlaatende. Hy verandert meest alle de Amptenaarenvan het Hof, onderzoekt en beftuurt -alles zelve , met den uiterften yver en werkzaamheid , houdt eene geregelde , en zelfs meer of min gegeftrenge levens - wyze ; doch onder het juk , 't welk hy zo lang tegen dank gedraagen had, wreevclig van geest geworden, betoont hy zig tevens zo trots, wantrouwend, agrerdogtig, geftreng, en onverbiddelyk, dat hy aller gemoederen van zig vervreemt, cn een byna algemeen misnoegen en gemor doet ontfiaan,

AGTSTE

uit de nanden van den Aarts-Bisfchop, en beweert openlyk, dat het recht der Voogdyfchap aan hem alken, als den naasten bloedverwant, toekomt. De Keizerinnen-Weduwen, Theophania, en Adelaïde, 's Vorsten Moeder en Grootmoeder, koomen mede in aller yl uit Italiën, om voor de belangen van Otto tewaaken, en hem tc beveiligen voor dc bekende ftaatzugt van Hendrik, .die, door de Siaaven en Wenden, den Hertog van Polen, en dien van Boheemen onderfteund, niet fchrocmt, om zig te Qucdlinburg daadclyk tot Koning tc laaten kroonen. Doch de getrouwheid der Duitfche Vorsten verydelt alle zyne, aanflagen, en hy onderwerpt zig eindelyk , op voorwaarde, dat hy wederom in het bezit van Beijeren herfteld worde. Hendrik de jonge , Kleinzoon van den Paltsgraaf Arnold , welke nu zedert twee jaaren , na den dood van Otto, dit Hertogdom bezat, wordt overgehaald, om hetzelve af te ftaan, en , ter vergoeding daarvan, tot Hertog van Carinthiën aangefteld. De Vorsten des Ryks benoemen de Keizerinne-Weduwc, Theophania, tot Regentesfe en Voogdesfe van haaren Zoon. De eendragt in het Ryk herfteld ziende, flaaken de Slaaven, Wenden, Poolen en Boheemcrs, van hunnen kant, mede

de vyandelykheeden, en alles geraakt in eene diepe ruste.

Leopold, Kleinzoon van wylen Adelbert'van Bamberg, [zie 907 ,] wordt tot eerften erffelyken Markgraavc van geheel Oostenryk, 't welk te voren in verfcheidene Markgraaffchappen verdeeld was, aangefteld (*). Uit hem is het oude Hertoglyk Huis van Oostenrvk

voortgefprootcn. Zaaken van Lotharingen. [zicFrankryk 984.]

987. Theo-

(*) Het Landfchap, 't welk aan Markgraaf Leopold werd opgtdraagtni kreeg eerst in laater tyd den naam van Oostenryk,*» hy voerde alleen den tytel van Oostelyk Markgraaf, ,ƒ Markgraaf van het Oosten. Oek ■was een gedeelte van het tegenwoordige Oostenryk 'toen neg onder de magt der Hongaaren , op wien het zedert door Leopold, en deszelfs opv^", veroverd, en met het Markgraaffchap ver'éenigd is.

983.

Otto overlydt in Italiën. Hy had niet minder dan zyn Vader toegebragt tot de verheffing der Geestelyken, vcrkcerdelyk waanende, door dit tegenwigt de magt der Ryks-Grooten tc zullen verkleinen. Onder anderen werd de Abt van Kempten door hem tot een onmiddelyk Ryks-Vorst bevorderd. — Even voor zynen dood betuigde hy zyn verlangen , dat zyn Zoon, mede Otto genaamd, tot zynen opvolger mogt verkoozen worden; aan welk verzoek, inzonderheid door medewerking van een Pausfelyk Legaat, gereedelyk voldaan wordt.

OTTO HL, 14. Keizer.

Uit hoofde van 's Vorsten jongheid, als welke nog geen zeven jaar bereikte , wordt de Aarts-Bisfchop van Keulen tot zyn Voogd benoemd.

984.

's Keizers Neef, Hendrik, fteeds een geheimen aanhang in Duitschland gehouden hebbende, komt uit zyne ballingfchap te rug, rukt den jongen Keizer met geweld