Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarheden, 35

doeken , en leidde hem neder in een kribbe; want daar was voor hen geert plaats in de herberge. Luk. II. 7.

De vosfen hebben holen, en de vo* gelen des hemels nesten ; maar de Zoon des menfehen heeft niet, waar hij zijn hoofd mag nederleggen. Mattht VIII» 20.

De vuurigheid van Christus tot het gebed.

Als het volk weggezonden was, klom Jefus alleen op een berg om te bidden. Eri als het avond geworden was , zoo was hij daar alleen. Matth. XIV. 23.

Jefus vertrok zig naar de woestijnenen badfaldaar. Luk. V. 16.

Het gebeurde in die dagen , dat hij op een berg ging om te bidden, en hi j overnagtte in het gebed tot Godt. Luk. VI. 12.

Jefus, in een benauwden ftrijd zijnde, bad te langer. Luk. XXII. 43.

Dat Christus zeer veel geleeden heeft.

Ziet op den eerften aanleider, en den voltrekker des geloofs, op Jefus: die zig de vreugde voor oogen ftellende, het kruis verdraagen heeft, defchande verfmaadende, en nu zit aan deregterhand van den ïhroon Gods. Hebt* XII. 2» ü 6 Die,

Sluiten