Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de HOTTENTOTTEN.

29

aaauwkeurige opvo'gers der volkstrouw te zyn, met een' gelyken 'moed en befJotenheid te ftryden, en nimmer de zaak van hunne bondgenooten te laaten vaaren. Om zich nu hiertoe te beter in ftaat te ftellen, rechten zy in tyd van vreede fpiegelgevechten aan, om de jongelingen te oefenen, en de ouden den wapenhandel te doen on derhouden. (*m)

Algemeene jagtpartyën onder de Hottentotten, die allen groote liefhebbers zyn van wild, en wel voornaamlyk van tygervleesch, hebben gewoonlyk piaats wanneerhet fchaarsch is met het tam vee, of wanneer het omgelegen land door deeze dieren ontrust word. Hunne wapenen tot die jagt zyn dezelfde als die tot den oorlog, en de geheele Kraai word byëen geroepen tot het najaagen van het wild, eikanderen met verbaazende vaardigheid en moed te hulp komende, en verwonderlyke vlugheid en behendigheid tonnende in het aanvallen en be^ftryden van leeuwen, tygers, en luiparden. Zy omfin* gelen als zy kunnen deeze dieren, door zich in verfcheiden hoopen te verdeelen; terwyl een ieder van hen het dier ftoutelyk te gemoet gaat, zelfs dan wanneer het door eene hagelbui van pylen woedende geworden is.

Een Hotttntot, die a'leen zynde een' leeuw, tyger, luipard , olifant, of rhinoceros gedood heeft, word als^ een held geëerd en geacht, By zyne terugkomst in de Kraal, gaat hy in zyne eigene hut op zyne hurken zitten ; hier ontfangt hy een bezoek van een' der oudften uit de Kraal, die door de anderen afgezonden word om hem geluk te wenfehen, en hem tevens kennis te geeven, dat zy verwachten dat hy zal opkomen om de eer te genieten, welke aan zyne heldendaad toekomt. Hierop ryst de held. op, en verzelt den afgezant naar het midden van de Kraal, daar hy gaat nederzitten op eene mat,

die

(«O Zie Kolbe, 2. D. 12, 13 Hoofdft.

D 3

XVIII.

boek. VII.

HOOFDSr. I, AFD,

Hunne wyze van 'magen.

Hotten* otfche elden.

Sluiten