Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 Het HEDENDAAGSCHE LYSJE.

Die Sclielm ! die Guit! ik dacht, hy had Zoo veele Goed'ren, naar zyn zeggen.

DIRK.

Dus kon hy me in de Luiren leggen. Maar wat gedaan? Hy 'suit de kyk; Hy 'sweg.

LYSJE.

Zie daar komt Lodewyk, Ily zal miflchien iets onderwinden, Om den ftarón te konnen vinden. Praat Moeder wat, leen haar geen oor, En geel haar reden geen gehoor.

DERDE T O O N E E L.

DIRK, LYSJE, LODEWYK.

DIRK.

Ik wenfch dat gy van pas moogt komen, Om my te helpen.

L O D E W Y K.

Wil niet fchroomen: Is 't in myn magt ik zal het doen, Gelyk een Kacrel van fatfocn, Maar, waarin hebt gy hulp van nooden?

D I R K.

Sluiten