is toegevoegd aan uw favorieten.

Oordeelkundige bybelverklaring. Of, De eere en waarheid der godlyke openbaringe van het Oude en Nieuwe Verbond.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54 Hde Afdeeling: de geloofwaardigheid der

Het is zo, verfcheide, zo wel Jooden als Christenen , hebben willen beweeren , dat deeze Je" fits, waarvan de Talmud fpreekt, eenen geheel anderen perfoon zy , dan Jefus van Nazareth, dien de Chriftenen verëeren (x); naardien niet alleen zyn gezegde Leermeefter Jofua, de zoon van Perachia, reeds onder de regeering van den Koning Alexander Jannceus, bygevolge omtrent 130. jaaren vroeger, geleefd heeft; maar ook van deszelfs Leerlingen gemeldt worden zulke omftandigheden , die van de gefchiedenis van Christus geheel onderfcheiden zyn; by voorbeeld, dat by eenen afgod , uit tegelfteenen gemaakt, vereerd, en flegts vyf Leerlingen gehad heeft, die ten deele geheel andere naamen hebben, dan die van onzen Heiland; dat hy alvoorens gefteenigd en daarna opgehangen zy , en wel te Lydda, na dat zyne doodftraf veertig dagen opgefchort was geworden. Maar, fchoon ook in dien tyd meerdere perfoonen den naame Jefus gehad hebben i zo vindt men evenwel geenen anderen, die met uitlaatinge der letter y zoude lp* gefchreeven zyn , dan onzen hooggeloofden Heiland , wien

de

Tafehatis. „ Zy hebben Jefus op. den avond van Pafch* opgehangen. De uitroeper ging veertig dagen voor „ hem heen. Hy ging uit op dat hy zoude gefteenigd „ worden, om dat hy, door zyne fcheuring, Israël begocheld, verleid en opgeftookt had; doch die eenige verfchoningvoor hem wift , mogt ook voor hem fpre' ken; maar zy hebben voor hem geene verfchoning £ gevonden , en hem op den avond van den Pafcha „ opgehangen".

(x) De gronden, waarop dit zeggen beruft, vindt men byeen in den Joodfehen Theriackvan Sal. ZEvr,te Hanau 1615. uitgekomen, en naderhand in 't Latyn overgezet door Wulfer Cap. 1. §. 7.