is toegevoegd aan je favorieten.

Oordeelkundige bybelverklaring. Of, De eere en waarheid der godlyke openbaringe van het Oude en Nieuwe Verbond.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gi2 Qplosfmg der zwarigheden in de

reeds voorbereidt waren, zo verlieten zy oogen-; bliklyk hunne netten , om hem na te volgen (jf). En terwyl hy met deeze wat verder voortging ^ zag hy twee andere broeders en zoonen van Zebedeus, Jacobus en Johannes, die met hunnen vader doende waren, om hunne netten te bereiden. Nu is Johannes waarfchynlyk mede geweeft een van die, welke hem al van den Jordaan af gevolgd waren (§. 29.); van welken derhalven zyn broeder Jacobus, fchoon hy ook tot hiertoe in perfoon met Jefus geéne verkeering mogt gehad hebben, reeds heeft konnen verneemen, waarvoor men hem te houden had. Toen nu Jefus deeze broeders by zich riep, en buiten twyfel, even zo als aan Petrus en Andreas, aan hun ontdekte, wat hy met hun voor had,- zo lieten zy op ftaanden voet hunnen vader in 't Schip by cle daglooners, en hielden zich by Jefus. Waarop zy zich te famen naar Capernaum begaven.

§• 43-

In ie fynagege te Capernaum dryft Jefus den loozen geeft, "' uit eenen bezetenen, Mare. I: 21—28. Lus. IV: 31—37.

Op den eerften Sabbath (r) begaf Jefus zich

in

njet oogmerk , om dezelven in zekere vyvers te plaatfen , om aldaar voort te teelen: weshalven ook Luc. V: 11. het woord £*yj»<» gebruikt wordt.

CO Buiten twyfel hebben zy mede, gelyk Jacobus en Johannes Mare.' I: 3e. iemand by zich gehad, óm de netten overteneemen.

(O Dus niet onmiddelyk na zyne aankomft. in Capernaum; want op deezen dag hadden de Difcipelen ge* '1 -" Werkt',