Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Chriftus Lyden, enz. Hoofdft. XXIX. 21

zulks gaf den Zaligmaaker eene gepafte gelegenheid toe de volgende reedevoering (z); waarin hy hen opwekte, om hun gemoed door vrees en fchrik niet zo gantfchlyk te laaten inneemen. Zy moeften toch maar in hun geloovig vertrouwen

op

(*") Wy meenen genoegzaame oorzaak te hebben, om de reedevoering van Jefus, die in het veertiende Hoofdftuk van Johannbs voorkomt, hier intelasfchen. In het Handfchrift van Beza te Cambridge gaan voor dezelve deeze woorden vooraf: mi ïivtt t«7{ pabvrttii dvrS, welke woorden wel in de nieuwe Vulgata gemeenlyk niet uitgedrukt zyn, maar nogthans in eenige andere Handfchriften ftaan, by welken men ook de drie Codices dei Stadsbibliotheek van Koningsberg kan voegen, in welker tweede en derde ook de woorden neque forrnidet bygezet zyn. Doch byaldien zy ook niet tot den Text behoorden, (gelyk zy ook, naar allen fchyn, flechts uit de Kerkboeken ingelafcht zyn); zo heeft Johannes echter maar bedoeld, de laatfte reedevocringen van Christus, door de andere Evangeliften voorbygegaan, achter elkander te leveren, niettegenftaande zy op verfcheiden tyden gehouden waren. Die geenen, welke in het vyf-. tiende Hoofdftuk zonder eenige Inleiding bygebragt worden, zyn zekerlyk niet op dien zeiven tyd uitgèfprooken, als die in het veertiende Hoofdftuk, by welker eindiging Chriftus zich weg begaf. Wanneer derhalve ook het veertiende Hoofdftuk geene Inleiding heeft, zo volgt nogthans daaruit niet, dat het eene orimiddelyke voortzetting dier reedevoering was, welke in het dertiende Hoofdftuk voorkomt, met welke zy inderdaad in geen verband ftaat. Integendeel, dewyl by het ilot derzelve gemeld wordt, dat Jefus opftond om van daar weg-. TCgaan; zo was deeze gang buiten twyfel naar Jerufalem tot de Paafchmaaltyd gericht. Maar de trooftreedenen aan de discipelen zyn reeds voorheen gehouden, nadat Petrus en Johannes vooruitgezonden waren om het Paafchlam te bereiden: waarom hier ook van Petrus, die anders gewoon was het voorftel van Chriftus aftebreeken, geene melding gefchiedt, maar alleen van de verfcheidene vraagen, welken Thomas, Phüippus en Judas den Zajigmaaker deeden.

B 3

Sluiten