Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

meeste overige Nederlandsche Gewesten toe* passelijk zijn moesten. - Men gelieve zicht bij het lezen van dit Tweede Deel, hieraan steeds te herinneren.

Maar ook dit Tweede Deel zoude waarschijnlijk nooit het licht hebben gezien, hadde met de Leydsche Hoogleeraar, Mr. h. w. TYDEMAN , het geheele Werk , als 't ware bij toeval, te zien gekregen, en daarop hetzelve (althands dit gedeelte,) verzocht ten gebruike voor zijne Mnemosjne, in welke Verzameling het thands, ten gevolge van dat verzoek , geplaatst wordt.

Wat de waarde des Geschrifts, ook voor onze dagen, zijn moge, beoordeele de billijke Lezer, altijd in het oog houdende de bekende spreuk van Mevr ouwe BE STAEL: II faut jnger les écrits d'apres leur date. Men heeft het werk gelaten, zoo als het van den beginne af aan bestond.- alleenlijk heeft men, bij de karakterschets van FLtps den Tweede, thands gebruik gemaakt van hetgeen voorkomt hj s. J. z. wisELius, op de 3, en 38 bladz. zijner voorrede vóór het Vijfde Deel zijner Mengel- en Tooneel-poèzij.

Bij

Sluiten