is toegevoegd aan uw favorieten.

Wysgeerige oordeel- en zedekundige verhandelingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

08 VERHANDELING

de Dieren onvolmaakte Menfchen. Want de Schryvers, die ik op 't oog heb, zullen bezwaarlyk toeftaan, dat 'er, in de eerstgemclden ééne oorfpronglyke.bekwaamheid plaats hebbe, welke niet eeniger maate in de laatstgenoemden gevonden wordt: zy willen, dat het onderfcheid, indien 'er eenig is, eerder toe gefchreeven moet worden aan hebbelykheden en ondervindingen^ verkreegen door middel van het meer of min keurig ma'akzei der Hchaamlyke Zintuigen, dan aan iets weezenlyks in de vorming der Ziele Ja, zommigen zyn zo verre gegaan van te zeggen, of ten minit.cn ons te doen vast ftellen, dat zy het gelooven, dat 's Menfchen ooifpronglyke ftaat, die van een Beest was, dat hy in deczen grooter maate van gezondheid en geluk genoot dan in den tegenwoordigen; dat hy langs hoe onvolmaakter wordt; naar gelange hy verder afwyke van het Beestlyk Cbaracter; dat hy doende, gelyk hy doen moest, en gelyk de Natuur beoogde, dat by zou handelen, naakt en op handen en voeten behoorde tc gaan. Zo lang de Menfchen de Gefchiedenis en hunne zinnen gelooven, zal het niet noodig zyn het laatfte gedeelte deezer leere te beftryden. Ter aanziene'van het eerfte zeg ik alleen, laat hy dan, die kan, 'er in berusten. Hy, die 'er zyne eer in ftelt om met de Beeften van een gedacht te weezen , zal geen fmaak vinden in iets , dat ik fchryf, en dus mag

ik hem aan zichzelven overlaaten Dieren hebben,

ongetwyfeld, zo wel als Menfchen, het vermogen om voorledene gewaarwordingen te onthouden', doch ik denk, hoe, uit al het voorgezegde blykt, dat zy, die dit vermogen, zo als het in den Mensch is, vergelyken

met