Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN HET K A S T E E L.

■y, veel aangenaame nagedagten ? —Och neen! „ gansch niet,myn lieve Grootmama; dan ben ik „ maar heel moede , en dat is het al. — En wanneer ^, gy nti eens naarflig geleerd hebt ? — ö, Dan ben ik zo bly, zo te vreeden ! dan denk ik, dat Mynheer de Abt het aan Mama zal zeggen, dat ik ge„ preezen, geliefkoosd, en van een ieder bemind , zal worden. -- Vergeet dit doch nooit, myn Kind, (zeide Mevrouw de Baronnesfe,^ „men herinnert „ zig ter naauwernood de vermaaken , die men ge.„ nooten , maar men brengt zig altoos met verrukking te binnen de goede daaden, welken men „ verrigt heeft."— Dit gezegd hebbende, ftond ,de Baronnesfe op, om zig aan tafel te fchikketio Toen zy byna den maaltyd geëindigd hadden, trad Mevrouw de Clemire in de kamer, gebruikte ook een weinig, en een quartier uur daar na flapte men weder in het rytuig, en men vertrok.

Na verloop van weinige dagen, kwam men op Champcery aan; een vervallen oud Kasteel, omringd doorVyvers, en dat door het guure Winterweder , de zwaar gevallen fneeuw, en gierende winden, nu nog des te minder behagelyk voorkwam. De ouderwetfche eenvoudigheid der meuiilen wekte wel het meest de opmerkzaame verwondering der Kinderen. — „ Hoe! (zei Caroline,) „ de fauteuils ,en ftoelen zyn met zwart „, leeder bekleed? welke wyde, groote, lompe 4, Schoorfteenmantels, en welke kleine glas-ruiten A 4 « ^

Sluiten