is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de kristlijke kerk in de achttiende eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s4o KERKLIJKE GESCHIEDENIS

wat dus, boven 't gene deeze Regula fidei bevat, in den Bijbel gevonden wordt, heeft weinig innerlijke

„ lijk opwekt. Dit gedaan zijnde, liaan wij allen met „ eikanderen op, en zenden gezamenlijk onze gebeden op ,, tot God. Daar na wordt de Doop en het Avondmaal „ bediend, terwijl de Opziener nog eens alle zijne krachten verzamelt, om te bidden en te danken; waarop al „ het volk met luide dem blijmoedig Amen ! uitgalmt." En ten bewijze van het ftraks laatstgenoemde kan dienen 't gene wij vinden in het zevende boek der Stromata van Clemens , (Opp- />• 309, reg. 20 ) alwaar van het leezen der Heilige Schrift, eer men gaat eeten en flaapen, als een prijslijk werk van Godsdiendige Kristenen gews»gd wordt; doch welke plaats wij, wegens haare uitvoerigheid, hier niet wel kunnen uitfchrijven. Genoeg trouwens hebben wij bijgebragt uit de fchriften der beide gemelde Kerkvaderen, om den Leezer te overtuigen, dat Lessing in het openlijk beoordeelen van het gebruik, 't welk de eerde Kristenen van den Bijbel gemaakt hebben, niet zeer ter goede trouw gehandeld, maar on« daaromtrent zeer heeft zoeken te misleiden. Wij kunnen echter niet nalaaten, nu nog ook, al is het ten overvloede, eenen derden getuige interoepen, naamlijk den Kerkvader Tertullianus, een' Tijdgenoot van Clemens den Alexandrijner. Deeze fpreekt zo fterk over het nuttig gebruik van den Bijbel, Apologet. Cap. XXXIX. dat wij ook die plaats hier in onze taal zullen overgieten. Zij luidt dus. „ Wij Kristenen houden onze „ bijëenkomden, waarin wij Gods woord booren verkon,, digen, op dat wij daar door, naar eisch van de tijds„ omdandigheden, vermaand of te regt gebragt moogen ,, worden. In waarheid, door dat heilig woord van God „ krijgt ons geloof voedfel, onze hoop kracht, ons ver-

„ trou- I