is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de kristlijke kerk in de achttiende eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a4a KERKLIJKE GESCHIEDENIS

tijds voor de gezonde leer van den waaren Godsdienst, want wie zal hem den naam van Wijsgeer willen weigeren? Maar heeft Lessing hier gehuigcheld, dan toch moet hij in het oog van alle waarheidminnaars iemand worden, die, hoe groot een genie hij ook geweest is, zo veel te meer hunne diepfte verachting verdient. Dan de geleerde Jacobs heeft ons na den dood van Lessing hieromtrent uit den droom geholpen. Hij berigt ons in zijne Briefe uber die Lehre des Spinoza, dat Lessing, volgens deszelfs eigen verklaaring, aan hem gedaan, een Atheïst, en wel een Atheïst van die zoort geweest zij, welke men gewoon is, Spinozisten te heeten. — Elk eerlijk hart moet hier fchrikken! Hoe laag zinkt hier Lessing in onze fchatting! (*) Gij ook, voorftanders van het ongeloof! moet hier fchrikken! Met verfmaading moet gij denken aan de asch eens mans , die u niet zeide, 't gene hij voor waarheid hield, maar u veele leugens voorpraatte, en zich in allerlei bogten kronkelde, om u en ons te begoogchelen.

' Bij

(*) Moses Mendelsohn, met wien Lessing zeer gemeenzaam had verkeerd, had reeds het plan ontworpen, om zijnes Vriends leeven te befchrijven, maar uit een' brief van Jacobi verneemende, dat Lessing een Atheïst geweest waare, fchrikte hij van dit berigt derwijze, dat hij terftond zijne pen nederlegde, en, in een treurig aandenken aan den

afgeftorven, van zijn voorneemen voor altijd afzag.

Men ziet hier uit, hoe zeer Lessing zijne gevoelens, zelfs voor zijne beste Vrienden, verborgen heeft gehouden; en hoe weinig vermoeden deezen gehad hebben, dat hij zulk een huigchelaar waare.