is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de kristlijke kerk in de achttiende eeuw.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t48 KERKLIJKE GESCHIEDENIS

den, welken hem de roeping na Giesfen, waar hij door Semler was aanbevolen, in de lente des jaars 1771, met de grootfte blijdi'chap deeden aanneemen. Hier evenwel wachtten hem geene meerer genoegens; gelijke oorzaaken haalden hem ltraks nieuwe vijanden op den hals, zo dat het hem ten laatften er te benaauwd wordende, hij den 23 van Lentemaand des jaars 1775, zich genoodzaakt vond, hier zijn ontflag te vraagen. Nu werd hij, zo als men fpreekt, uit armoede, Opziener van een Opvoedingsgefticht op het Kafteel Marschling in Graubunderland, waar hij, volgens zijne eigen betuiging, een zeer ellendig leeven leidde. Hij had dus redenen, om de Voorzienigheid te danken, toen hij eene roeping ontving tot Generaal Superintendent te Durkheim, werwaarts hij met vreugde fpoedig verhuisde. Dit was ongeveer het jaar 1777. Hier begint eigenlijk het zonderlinge zijnes leevensloops, 't welk meer naar het Romanachtige, dan naar eene waare Gefchiedenisfe gelijkt. Ons oogmerk gehengt niet, eene befchrijving te geeven-van 's mans min belangrijke lotgevallen, waar uit dit zoude blijken kunnen (*)• Wij moeten alleen hier hoofdgebeurenis-

fen

(?) Onze Leezers hier van iets meer begeerende te weeten, moogen de Gefchichte feines lebens, feiner meinungen und fchickfale, vonihm felbfigefchriebeh, doorbladeren. Hier zullen zij onder anderen vinden, hoe Bahrdt, om zijn Opvoedingsgem'cht in bloei te brengen, tegen den winter van het jaar 1778, eene reis ondernam na Holland «n Engeland, met niet meer, dan drie guldens in zijpen zak; en hoe hij, te Frankfort aan de Main, door een*

rij-