Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHANDELING

over de

FABELEN en ROMANS»

Liefde tot de Waarheid is den Menfch natuürlyk ei» •gen, en deeze aan te kleeven zyn onvermydelykepligt. Maar een Fabelagtig verhaal op te ftellen, met oogmerk om te onderwyzen , of onfchuldig te vennaaken, is geen indragt op de Waarheid, of men möeft zulks der wereld voor Waarheid willen Opdringen. De Fabel eü Romanfchryver bedriegt niemand: dewyl zy, fchoon zich bevlytigende om hunne vindingen, met het kleei der Waarfchynlykheid, te omhangen, nooit voorgee* Ven dat ze Waar zyii; althans, \ geèn zy als zodanig mogen te nederftellen , wordt enkel aangemerkt als een gemecne fpreek'trant, aan welken niemand éetfig gewïgt hangt. Verdichte Vernaaien zyn , door alle eeuwen heen, gemeen geweeft, en Leeraars van het eerwaardigst Character hebben zich van dezelve be* diend.

Ongctwyfeïd moet het toegéfchr'eeverï worden aari dè zwakheid der Menfchlyke Natuur, dat men de Fabels ooit eert noodig of gefchikt voertuig voor de Waarheid gevonden hebbe. Doch wy moeten de Menfehlykö

11. Deel. A N**

Sluiten