Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN HET KASTÈEt. 23$

|> Een zo moeijelyk bedwang viel my dag aan dag j» pynlyker , en zelf byna ondraagelyk. Dikwyls vreesde ik, dat Oiimpia in liet verborgen dé zelfde frtiert voedde, en deeze gedagten voer-

4, den myn fpyt en wanhoop ten top;"

De eenpaarigheid van humeur en de teder,, hei l van Oiimpia behoorden my ten dien op-

5, zigte gerust gefteld te hebben. Van het oogenblik, dat zy haar lot aan het myne verbondj tot op het laatfte oogenblik van haar rampzalig leeven, is haar nooit eenige de minfle

j, klagt ontfnapt; nooit heeft zy myn hart door ,3 eenige treurige aanmerkingen, of door eenig 3, fchyn van verwyt bedroefd; Zy fprak dikmaals

van haar geluk, en fcheen te gelooven, dat „ ik het mede was; doch het is zeer natuurlyk , t, dat men in anderen eene veinzery onderftelt, dié ,, men zelf omtrent hen oeffent; althans, dit i, was myn geval met Oiimpia. Ik vond haar ,, bovendien dikmaals, dia zy alleen was , in traa-

nen frrieltende. Ik vroeg haar dan, met een ,, beklemd hart, de reden haarer weemoedigheid ,j af. Ik hooide haat antwoord met wantrou,, wen. Zy wist altoos haare traanen aan byko-

mende omftandigbeden , die met onzen toe-

ftafad niets gemeens hadden, of wel aan haare ,, fterke gevoeligheid toe te fchryven. Ik moest i, dan veinzen zulks voor waarheid aanteneemen,

en dit bedwang wierd dag weder voor my eene

5, nieit»

Sluiten