Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN HEELM. uit KELDER en KEUKEN. 33

gemengd hebben ; wat 't opgegevene door den Heer van gesscher betreft, 't luid aldus (u)i In eene gedeeltelyke verfterving , behoord „ men ter beteugeling van derzelver voortgang „ inzonderheid te raadplegen met den ftaat der „ kragten van het leven, en de natuur der koorts „ daar by tegenwoordig, welke beiden door den „ pols worden aangewezen; zyn (Je eerfte groot „ en behoord de laatfte tot het zoort der heéte, „ dan is de aderlating onvermydelyk, en moeten ,j 'er verkoelende en verdunnende geneesmiddelen „ gegeven worden; uitwendig dienen in deze om,, Handigheden flapmakende en verkoelende pap. „ pen, bereid inzonderheid uit gort en züuring* „ gekookt in wei of eenigzints zuur geworden „ karnemelk; wanneer daar en tegen de levenskrag„ ten gering zyn, en de -koorts van eenen flee„ penden aart is, zyn een fterk gebruik van den „ koortsbast, een voedende en opwekkende eet„ regel, en wynagtig'e ftovingen of pappen, van „ de uiterfte noodzaaklykheid. De verderving in „ beide gevallen, bepaald zynde, begunftigd men „ de affcheiding der verftorvene delen door den „ terpentyn - geest, en het gebruik eener gemee? „ ne gortpap". —

En dus alleen, wegens het op een na 't laatst genoemde middel, bshoevd men zynen toevlugt,

,, . z...cc; . r,, -..,J . ui» -^^i^'SAA" SXI O»)

(«) Z. het meer aangeprezene Werk, §. 595. XIII. deel. C

Sluiten