Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S86 C. T E R N E ,. GENEES-

zichtig Medicus Zal iti Leuco -phlegmatici, Hydropici, Phthifici en aan andere flepende ziektens laboreerenden , geen zeer gunftige prognofïs geven in fcherpe wintertyden , en niet zoo zeer zyn Cura palliativa in de Apotheek alleenlyk zoeken; te meer, dewyl door de bytende koude, de vis motrix, fentiens & vitalis zeer verminderd en verdoofd word, en dus weinig de natuur te hulpe komt, zonder welker hu!p de medicamenten niets heilzaams kunnen uitwerken: irrita art is molimina, zegt gauuius, waarom ook de voornaamfte indicatie is, om door een matige beweging, verwarmden leefregel, en vuur de bytende koude te temperen, op dat, als 'er nuttige geneesmiddelen geëischt worden, in het lichaam die benoodigde kragt aanweezig zy om te kunnen werken, ten minden de kragt der middelen te begunftigen.

Is itrenge koude aan ziekelyke, zwakke en tedere geitellen nadeelig, geen minder nadeel brengt hun ook zwaare hitte te weeg; hippocrates befchuldigde reeds de warme zuide winden als een baarmoeder van veele ziektens. — Warmte, vochtigheid, en een ftiiitaande.lugt. zyn de grootfte begunftigers van bederving, en zoo de warmte van de lugt niet minder is dan onze Calor innatus, kunnen wy niet lang gezond leeven, inzonderheid als men zoo een groote graad van hitte ongewoon is: wanneer nu de hitte ongewoon grooter is, zoo krygt het bloed door de ademhaaling, die aan-

ge.

Sluiten