Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHARITE en POLYDORUS. 3*

van hare ftraf. Onder haar bevond zich charite, uitgeflrekt op den grond liggende, terwijl zij hare onfchukiige handen ten hemel ophief, polydorus treedt binnen; de duisternis laat hem niet toe» iets te onderfcheiden; hij roept charite ! jen charite, in verbazing, twijfelt nog aan haar geluk. Hij. herbaalt : charite! jnaar te vergeefsch poogde c harite hem te andwoorden, bare tong zoekt woorden en vindt ze niet. Eindelijk ontdekt hij haar, vliegt haar te gemoet, omhelst haar, en reeds hebben beiden hunnen kommer vergeeten; zij zien elkaêr, en dit is hen genoeg. Hunne zuchten, hunne uitroepingen , hunne vi eugde en fmart drukten uit, ja fchilderden de afwisfeling der verwarck; aandoeningen, die hun gemoed beflrormden.

Door zijne gezangen hief eens orpheus: de fbaffe der helle voor eenen tijdlang op, en zoo droogde thands ook het gezicht dezer geliefden , voor eenige oogenbiikken, de traanen der overige gevangene meisjes-: voor het eerst gevoelden zij eenige verzachting. C 4 "

Sluiten