is toegevoegd aan je favorieten.

Charite en Polydorus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94 CHARITE en P0LYD0RU$.

verloor, klaagde ik reeds minder hevig „ over de wreedheid van mijn noodlot,) „ toen plotsling de woedende golven mij ,, voor uw leven deden fidderen. Luide. „ riep ik aphrodites voor u om be-!

fcherming aan; ik fmeekte den bijftand: „ af van den God, wiens zachte ketenen! „ wij dragen: maar te vergeefseh bezwoer, ,, uwe charite, in tranen, de magt. *» der, Goden; uw fchip verdween; door de „ woede der golven weggerukt , verzonk „ het in den afgrond, der zee, en het ge99. fchrei van hun, die mij verzelden • verze-. „ kerde mij, dat 'er geene hulp meer voor „ het andere fchip, geene hulp voor. mijne. „. gade was."

„ Ik zal het niet wagen, u den toeftand „ van mijn hart te fchilderen: doordrongen „ van de grievendfte fmart, buiten verltand;

en bet gebruik mijner zinnen , wist ik „ niet, wat 'er, in de eerfte oogenbJikken,. „ op het fchip omging Ik riep den dood 2 „ mij weêr tot u te voeren, maar hy ver3, hoorde mijne bede niet, ik wilde hem.