is toegevoegd aan je favorieten.

Charite en Polydorus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHARITE en POLYDORUS. 97

„ wiens grootmoedige hand dit offer gebragt „ had." „ „ Mijn Heer!" "„Zeide ik , mij „ aan zijne voeten werpende,'' „ dat de „ „ Goden u het loon uwer vroomheid mo„ „ genfchenken!'' " „Chorebus poog„ de mij wederom op te beuren; ik be„ merkte, dat zijne oogen met tranen be„ vochtigd waren. Het duurde lang, eer „ hij mij andvvoord gaf * hij fche.n ver„ ilomd, fiddevde, en viel, neven mij, op „ de kniën. ik wilde vlugten." „ „ Blijf!"" „ riep hij," „ „ de hulde, die ik u bie„ „ de, is noch uwer, noch mijner on„ „ waardig. Hoor mij aan , gij zult cho„ „ rebus Ieeren kennen; gij zuit hem „ „ beklagen en misR hien belijden : hij ver. „ „ dient een beter lot!" "

„ Ik gehoorzaamde zijne bede en bleef.

Chorebus , zijne tranen gedroogd „ hebbende begon zijn verhaal in dezer „ voc*e :'» „ „ Het vertrouwen op de men» „ fchen, dat, zoo men zegt, teérgevoe» n „ ligheid inboezemt; de genoegens der „ vriendfchap en der liefde zijn, voor mijn I