Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DIE OVERLEDEN ZIJtf. 2J

Ook al wandelde ik in 't midden van de fchaduwe des doods, 7.00 zal ik geen kwaad vrezen: want Gij mee mij zijr.

Uw (tok en nw flaf zijn st, die mij vertroost hebben.

Gij hebt voor mijn aanfehijn eene tafel toegeregt: tegen over de genen die mij verdrukken.

Gij hebt mijn hoofd met olie gezalfd: en hoe kostelijk is mijn dronkenmakende beker 1

En uwe barmhartigheid zal mij volgen, alle de dagen miins levens.

pp dat ik langen tijd wone in het Huis des Heeren.

Heere geef hun de eeuwige rust.

En laat het eeuwig licht hun verfchijnen.

Toezang. In eene grazige plaats heeft Hij mij gefteld.

* Gedenk de misdaden mijner jongheid niet: noch mijne onwetendheden.

PSALM 24.

TOt U, Heere, heb ik mijne ziel opgeheven: mijn God op ü betrouw ik, laat mij niet befchaamd wor den.

B v En

Sluiten