Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'$t2 Geleden Als men den Zieken de gewyde Keirffe in banden geeft, zal men hem voorzeggen :

OJefus, myn licht, myn leven, en myne zaligheyd, komt en verlicht my nu, zittende in de fchaduwe des doods. O Licht, het welk alles verlicht, ontfteekt in my eene brandende liefde; op dat ik , u volgende, niet wandele in de duyfternifle.

Schietgebedekens voor den Zieken in zyn uyterfte.

HEer, blyft by my; want het word avond, den dag myns levens is aen het daelen. Myne ziele is bedroefd tot'er dood; maer niet mynen wil, ö Vader, maer dat den uwen gefchiede.

De ftrikken des doods hebben my omvangen; de benouwdheyd der helle heeft my overftroomt, ó Meer, verloft myne ziele.

Jefus, DavidsZoon ,ontfermt n mynder.

Mynen helper, en mynen befchermerzyt gy, mynen God, vertoeft toch niet.

Den Heer is mynen helper, daerom zal ik myne vyanden verfmaeden.

Op u hebbe ik gehopt, ó Heer, en gy zyt my geworden eenen fterken toren tegen de magt des vyands.

Ik zal voor eeuwig woonen in uw Tabernakel , en befchermt worden onder de fchaduwe uwer vleugelen.

Ik hebbe my verheugt ih het gene my gezeyd is: Wy zullen gaen in het Huys des Heere.

Eenen dag in uwe Voorhoven, 6 Heer, is beter als duyzend hier beneden.

Sluiten