is toegevoegd aan uw favorieten.

De waarheid der schriftuurlijke historie van den apostel Paulus beweezen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TWEEDE BRIEF AAN DE KORINTERS. S5

1. In den Eerften Brief geeft hij berigt van zijn voorneemen , om door Macedonië te reizen , in zijnen weg na Korinte : „ Ik zal tot u koomen, wan„ neer ik Macedonië zal doorgegaan hebben " ( 1 Kor. XVI. 5. ). In den Tweeden Brief ontmoeten wij hem in Macedonië, en gereed om zijne reize na Korinte voorttezetten. Doch men merke op, de wijze, op welke dit blijkbaar wordt : ,, Ik weete de vol-

vaardigheid uws gemoeds , van welke ik roeme „ over 11 bij de Macedoniërs , dat Achaie van over „ een jaar bereid geweest is : en de ijver, van u „ ( begonnen) heeft 'er veele verwekt. Maar ik heb „ deeze broeders gezonden, opdat onze roem, wel„ ken (wij) over 11 (hebben), niet ijdel zoude ge-

maakt worden in deezen deele : opdat , gelijk ik „ gezegd heb , gij bereid moogt zijn : En dat niet „ mogelijk, zo de Macedoniërs met mij kwamen, en

u onbereid vonden , wij , opdat wij niet zeggen „ gij , befchaamd worden , in deezen vasten grond ,, der roeminge j" (Hoofdft. IX. 2, 3, 4-)• Dat paulus, ten tijde als hij deezen Brief fchreef, te Macedonië was , wordt , op deeze plaats , alleenlijk opgemaakt uit zijn zeggen , dat hij, bij de Macedovi'érs , geroemd hadt van de bereidwilligheid zijner Achaaifche bekeerlingen; en uit de vreeze, welke hij te kennen geeft , dat, indien eenige der Macedonifche Christenen met hem in Achaie kwamen , zij zijne opgave door de uitkomst niet bevestigd zouden vinden. Het werk der verzamelinge is de eenige reden , om welke hij van Macedonië in 't geheel eenige melding maakt. Zal men hier in 't midden brengen, F 3 dat