is toegevoegd aan uw favorieten.

De waarheid der schriftuurlijke historie van den apostel Paulus beweezen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de brief aan de filippers. 249

—ken alle het hunne, en niet het geen dat, van jezus christus is. En gij weet zijne beproel ving , dat hij als een Kind zijnen Vader met mij " gediend heeft in het Euangelium." Ware de tegenwoordigheid van timotheus bij den H. paulus te Filippi , toen bij aldaar het Euangelium verkondigde , in de Handelingen der Apostelen uitdruk* kelijk vermeld geworden, zo zou deeze aangehaalde plaats onder het vermoeden kunnen vallen, eene met voordagt verzonnen toefpeeling op de Gefchiedenis te bevatten ; alhoewel , zelf in dat geval , de ver, melding , of liever de toefpeeling in den Brief, te verre gezogt is, om veel gronds tot dusdanig een ver. moeden te verfchaffen. Doch de waarheid der zaake is dat in het verhaal der verrigtingen van den H. paulus te Filippi, welk het grootfte gedeelte van het Zestiende Hoofdduk van de Handelingen der Apostelen beflaat, van timotheus in 't geheel geen gewag gemaakt wordt. Al wat, aangaande timotheus, zoverre zulks het tegenwoordige onderwerp betreft, in de Gefchiedenis vermeld wordt, is hier in gelegen : „ Als Paulus te Derbe en Lijs, tre kwam, ziet, aldaar was een zekere Discipel, " met naame Timotheus , — deezen wilde Paulus " dat met hem zoude reizen Hand. XVI. i, 3. Daar naa gaat het verhaal voort , met een berigt der reize van den H. paulus door verfcheiden Provinciën van Klein Afie, tot dat het hem te Troas brengt. Tc Troas wierdt hij, in eene verfchijning, vermaand, over te fteekeu na Macedonië. Gehoorzaam aan dat *evel , voer hij , over de Egeefche Zee , na Samop 2 thra-