Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de brief aan DE FILIi-pers. 235

door eene zelfde hand verdicht zijn , de zelfde geda-te of uitdrukking in beiden in te lasfehen. Doch de zwarigheid is hier in gelegen, om't een en ander daar te ltelleu in een gepast en regtmaatig verband met dc voorafgaande leiding van gedagten , en wei bijzonderlijk met zulk eene leiding van gedagten , welke klaarblijkelijk haaren oorfprong heeft in de omftandigheden , onder welke de Brief wierdt gefchreeven. In twee Brieven , voorwendende bij verfchillende gelegenheden te zijn gefchreeven, cn in onderfcheidene tijdperken van des Schrijvers Gefchiedemsfe, valt het niet gemaklijk, dusdanig eene voegzaamheid te werk te dellen.

VII.

Hoofdft. I. 29, 3o. II. 1,2. „ Want u is uit genade gegeeven iu de zaak van christus, met alleen in hem te gelooven, maar ook voor hem te „ lijden ; den zelfden ftrijd hebbende , hoedanig ee" nen gij in mij gezien hebt , en nu in mij hoort, " Indien 'er , derhalven , eenige vertroosting zij in "christus , indien 'er eenige troost zij der licf" de , indien 'er eenige gemeenfehap des Geests zij, indien 'er eenige innerlijke bewcegingen en ontfermingen zijn , zo vervult mijne biijdfehap, dat gij " moogt eensgezind zijn, de zelfde liefde hebbende, van één gemoed, van één gevoelen zijnde." Vergelijk hier mede Hand. XVI. 22 , 23, 24. „ En „ dc fchaare (te Filippi) ftondt gezamentlijk tegen

„ hen

Sluiten