is toegevoegd aan uw favorieten.

Resultaat van mijne meer dan vijftigjaarige overdenkingen over den godsdienst van Jezus, benevens een bijvoegzel tot de geschiedenis onzer eerste ouderen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232- DOOP.

lijke ftaatfie, en''eene zekere plegtighe!d vastgelïeld is. Men ontmoet zeer zeldfaam iemand, die zich verwondert, dat de Zaligmaaker goedgevonden heeft, om tot de/aanneeming in Zijn Rijk insgelijks eene zekere plegtigheid vast te ftellen: en, zoo 'er ooit eene plegtigheid wijslijk en wél uitgezocht is, dan is het die plegtigheid', welke de Zaligmaaker verkoozen heeft, Een Difcipel van Jezus had alle zijne vorige zonden en kwaade gewoonten afgelegd. Geheel zijn hart was veranderd, hij was oen nieuw mensch geworden, ƒ«< dien iemand in Christus is, die is een nieuw fchep-, fel: het oude is voorbit' gegaan , ziet, het is al nieuw geworden (*). Deeze volkoomen verandering wordt, op de duidlijkfte wijze, door den Doop uitgebeeld. De nieuwe kristen werdt onder waater gedompeld,- en daardoor aan de oogen der waereld onttrokken: op deeze wijze werden zijne vorige gevoelens, als het ware, begraaven. Hij kwam weder uit het waater voor den dag, als een nieuw, als een gereinigd mensch. . Of weet gij «iet, dat zoo veele als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in zijnen dood gedoopt zijn! Wij zijn dan met Hem begraaven door den doop in den dood, op dat gelijkerwijze Christus uit de dooden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzoo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden (**)• Is het mooglijk, dat ergens eene openbaare

(*) a Cor. v: 17. (**) Rom. V}: 3, 4.