Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE. 235

Wanneer de negen Burgemeesters dit Dankadres aan de drie overigen niet alleen overgeleverd, maar ook door den drul gemeen gemaakt zagen , merkten zy '1 zelve aan als blykbaar {trekkende om pen, by zeer groote meerderheid genomen, Magiftraatsbehuit door te hryken, en door een ongewoonen ophef der Advyfen van de drie niet inhemmende Magiftraatsleden, de overigen by de goede en hille Burgery, en in 't openbaar, in verdenking te brengen , als of zy met minder yvers dan de Drie andere Leden het welweezen der Stad behartigden, en daar benevens in haat zouden weezen om de Regten en Priveligien der Burgerye aan verkeerde inzigten op te offei ren: alles {trekkende tot kennelyke verfmaading der wettige Regeeringe, en om de zedert eenigen tyd reeds te veel behaan hebbende Beweegenisfen meer en meer aan te moedigen. Waarom zy het verder verfpreiden en verkoopen van dit Dankadres, op eene boete van driehonderd Stadsponden, verboden (*)

Intusfchen hadden Gemeenslieden aan de Regeering een Vertoog overgegeeven, waar in zy, tegen het Raadsbehuit der Meerderheid, het Gezag en de Agtbaarheid aan hun Collegie toekomende, verdeedigden; zich over de minagting influitende wyze, op welke zy door de

Ma-

C) N. Nederl. Jaari. 1783. bl. 940. 963.

XVI.

BOEK.

' 17U

Handelingen der negen anderendaar op.

De Gemeenslieden beklaagenzich by de Kegeering, over bet afwyzendRaadsbeHuk.

Sluiten