Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ztf VAD ERLANDSCHE

XVI.

boek.

1783.

„ den Roem onzer Edelen, hebben wy „ Huislieden van Twente, met algemeene „ toejuiching, deezen Brief, als een Ge„ denkteken onzer Dankbaarheid voor ,, zulke voortreffelyke daaden opgerigt.

„ Zyne Edelmoedigheid, die onze voor„ genomene dubbelverfchuldigde kosfbaar„ der Vereering heeft afgehaagen, kan „ ons niet weigeren, dat wy hem hier „ by tevens een regt van altoosduurend „ verblyf in onze dankbaare harten op-

offeren; eene Dienstbaarheid, dien wy „ aan braave Regenten, welke alle fiaaf„ fche Dienhen van een. vrygevogten

Volk verfoeijen, toekennen.

„ Wy wenfchen, dat dit Gedenkteken „ by zyn later Naagehacht eeuw uit eeuw „ in gezien, en onze erkentenis daar door „ vereeuwigd worde.

„ Wy hebben deezen door de Boer'„ rigters uit elke Boerfchap doen onder„ tekenen, en, om dat wy geen Zegel „ gebruiken, een Gouden Gedenkpenning^

met dit opfchrift

De nyvre Landman juicht, zyn Vryheid

is herfteld! Capellen zegepraalt op Baatzugt

en Geweld!

'~, aan een Keten van hetzelfde metaal „ hier aan doen hangen (*). Aldus

Op de Voorzyde van den Penning ziet mea *et Borstbeeld yan den Ridder, met dit omfebrift,

Joh»

Sluiten