Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30 VADERLANDSCHE

XI.

boek. 1782.

Vlisfmger, oordeelt dat d e witte aan het Hof van Justitie moest overgeleverd worden.

(

bekenden Vaandrigs , op geene wettige wyze, niettegenftaande zy 'er op hadden aangedrongen, eenige onderrigtingen kunnen bekomen. — Op dusdanig eene Verftandhouding wilden zy dat geftaan en 'er een Belluit daar toe (trekkende genomen zou worden.

_ De Raad van Vlhfmgen, zo min als die van Zierikzee, op eene wettige wyze van den toedragt der .zaake onderrigt, hadt nogthans, uit het geen 'er van openbaar was, zyns oordeels, genoegzaamen grond, om, te verklaaren, dat de Eer en Hoogheid van Zeeland vorderde, daar op een fpoedig Befluit te neemen , ten einde de zaak niet uit haar geheel gebragt of dit Gewest in gefchillen met Holland mogt ingewikkeld worden, als welk Gewest de witte reeds te rug gevorderd hadt. De onbevoegdheid van den fioogen Krygsraad leedt by hun geen twyfel. De aart des Misdryfs, bepaald op het Eiland Schouwen gemunt, begreepen zy een aanflag te zyn niet tegen de Unie in 't algemeen; maar tegen de Hoogheid en Veiligheid van Zeeland'in 't jyzonder; eene Misdaad, welke, volgens len aart van het Bondgenoodfchap, te;en ieder Souverain kon gepleegd en Jiensvolgens ook door ieder behoorde geoordeeld en geftraft te worden. Dat mn Ed. Mogenden mits dien den Vaandrig moesten te rug eifchen, om aan zoJaiïig een Regtbank overgeleverd te worien als hun Èd. Mogenden daar toe be-

voegdst

Sluiten