is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche historie, vervattende de geschiedenissen der Vereenigde Nederlanden [...]. Drie en dertigste deel. Behelzende den jaare 1785. Ten onmiddelyken vervolge van Wagenaar's Vaderlandsche historie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nö VADERLANDSCHE

XXIV.

boek. J784.

openlyk beweerd wordt. Althans, ter gelegenheid dat deeze Vereenigde Gemeente de eerfte zamenkomst hieldt, liet de Leeraar R. van der Horst zich,

ten

kens- en herinnerens-waardig twee Artykelen in dc Bekentenisfe, welke omtrent deit Jaare, md lx 11, door Guido de Bres, en eenige andere Leerjaren, opgcfteld, en daar naa door de Gereformeerde Kerken deezer Landen , die dc denkwyzc' van Calvyn1 volgen, aangenomen. Men mag, leezcn-wy-Art. VII, geener Menjchen Schriften, h»e heilig zy geweest ~ïn > gel}'ken hy de Godlyke Schriftennoen de gewoonte by de Waarheid Gods, {want de Waarheid is bovenal;) noch de groote Menigte, noch de Oudheid, noch de Succesfe van Tyden of Perfoonen noch de Conciliën, Lieereeten of Befluiten: want alle Merjchen zyn uit zich zelve Leugenaars, en ydeler dan de ydelkeid zelve. Daarom verwerpen wv van ganfeher harte al wat met deezen onfeilhaaren Regel niet overeenkomt, gelyk ons de Apostels geleerd hebben ,■ zeggende beproeft de Geesten

of ze uit God zyn. En wederom Art. XXXII.

daarom verwerpen wy alle menschlyke / 'ouden, en alle Wetten, welke men zou willen invoeren, om God te dienen, en door dezelve de Concientie te binden en te dwingen in wat manier het zou mogen v. cczen. —— Volkomen 'eenftemmig bier mede drukt zich de groote Calvyn uit in zyne Inft. Lib. IV; C X. §. 1. Laat de Christenen, hunnen éénigen Koning , Christus, die hun heeft vry gemaakt, erkennen; iaat ze door de eenige wet der Fryheid, het heilig Euangelie-wourd geregeerd worden, gelyk betamelyk is, indien zy de Genade, welke zy door Christus eenmaal deelagtig zyn geworden, behouden willen. Laat ze deor geemrhande Slaaverny, door geene beeijen en banden, gedrukt of gekneld worden. l aaten wy 'er nog by voegen de

taal van hun Hoog Mogenden, in den Jaare mdccxxv asn den Keizer en de Republiek van l'enetie, De ouverbreeklyke Grond-maximen van deeze Republiek ï 'yn, dat ia zaaken van Religie en Kerklyke Tugt,

de