is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche historie, vervattende de geschiedenissen, der Vereenigde Nederlanden [...]. Vyf en dertigste deel. Behelzende het vervolg van den jaare 1785 en 1786. Ten onmiddelyken vervolge van Wagenaar's Vaderlandsche historie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L A D W Y Z E Ui

c f^De Markgraaf de) diens toezegging van Franfche Hulp, 285.

Verdeedigingsweezen van den Staat, Naamlyst der Heeren tot de Befchikking daar van benoemd, 158. Aanvang hunner Zittingen, 159.

Vergadering van Vaderlandfche Regenten, derzelver Bedryven, 290. Verden Mngen en Bcfchuldigingen tegen hun ingebragt, 291. Geeven eene Acte van onderlinge Verbintenis in 't licht. Zie verder Acte van Verbintenis. Hunne Onderhandelingen met de Afgevaardigden van Schutteryen en Genootfchappen, 305. Rigten het Nationaale Fonds op, 309. Zie verder Nationaale Fonds.

Virieu (Capitein de) den JleerP. Paulus behulpzaam in de Bezetting van het van Krygsvolk ontbloote Hellevoetfluis, 269. Deswegen bedankt, 270.

Walde e (De Bevordering van den Prins van) tot hoo ger Krygseeretegengefprooken, 162.

Wapens op de Plakaaten, als mede op deBusfen der Staatenbodeus,veranderd, 416. enz.

Wieling, wat de Utrechtfche Burgery ten zynen op¬

zigte vordert, 22,23. W«e hy deedt, 24. Willem de V. beklaagt zich over het niet toezenden van alle Burgerbezwaaren in Utrecht, en verzoekt eene fpoedige mede deeling , 5. Stelt ODé tot Raad van Utrecht aan. Ongenoegen wegens de Rangfchikking, 28. Geeft hem de post Schepen, 31. Voorflag om wegens de zaaken van Utreht in '5 Haage eene Vergadering te houden , 32. Door Geconflitueerden en Gecommitteerden gewraakt. Door de Edelen omhelsd. Middelweg door de Stad Utrecht voorgeflaagen, Aid. Geeft Patenten voor Krygsvolk na Amersfoort, 64. Inhoud des Briefs van zyne Hoogheid, by het verleenen van den Gewapenden Arm , 65. Wraakt de handelwyze te Wyk by Duurftede gehouden, 96. Wil de Prinfen van Hcsfen-Darmflad en Waldek tot hooger Krygseere bevorderen , dit wederfprooken, 163. Gefchil met Staaten van Holland over het in dienst houden van het Corps des Rhyngraafs van Salm, 165. Het voorgevallene omtrent zyne Hoogheid en het Krygsvolk in Holland, 169. Befluit om hem te doen weeten wat men bepaald hadt, wegens de Htllandfche Regimenten ,

171.