is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsche historie, vervattende de geschiedenissen, der Vereenigde Nederlanden [...]. Zes en dertigste deel. Behelzende het vervolg van den jaare 1786. Ten onmiddelyken vervolge van Wagenaar's Vaderlandsche historie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

444 VADERLANDSCHE

XXXiV. BOEK.

I78t5.

Asntnerkiiu'enhier op genuakt.

Ten tweeden, dat over het onderwerp der Onderhandelingen met den Heer Erfftadhouder, by de Staaten, met gemeen overleg van de Leden, eene Initructie van de Commisfie zou dienen beraamd en daar

by de Punten geregeld te worden.

Ten derden, dat het een en ander, alzo in orde gebragt en geregeld zynde, vóór het daadlyk beftemmen der Commisfie, de Heer Èrfftadhouder, den tyd zou dienen te benoemen, wanneer hy zodanig eene Commisfie zou gelieven te ontvangen; met de hoofdzaaklyke mededeeling van het einde, waar toe die zou {trekken; en daar op Hoogstdeszelfs Antwoord zou dienen te worden ingewagt.

Drie punten , waar op door eenigen werd aangemerkt, dat Heeren Geëligeerden, als met ronde woorden verklaarden, nergens in te wilien komen: naardemaal voorwaarden op te werpen, die, of, gemerkt de tydsomftandigheden, geheel onmogelyk waren; of, die van een naafleep van tyd zouden zyn, welke niet te bepaalen was, kwam hun voor het zelfde te weezen, als een volledig weigeren, en affiaan van het zenden eener Staats-commisfie, om de geheele zaak eindelyk af te doen (*). . . De Edelen verklaarden hunne bereidvaardigheid om de Commisfie terftond te beraamen. — Die van Amersfoort namen het Befluit

van

(*) Pan Vxn de» Nedsr.Rhyn IX. D bl. 107.0.