is toegevoegd aan uw favorieten.

Biographisch woordenboek der Nederlanden [...]. Eerste(-achtste) deel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BANKERT. (ADRIAAN) 57

esil wierdt argefchoten; ook geraakte zijn fmaldeel enigzintsiji wanorde, 't welk de Ruiter zo dra niet gewaar wierdt, of bij ontzette hem, en herltekle fpoedig de orde. In het twede gevegt welk in dat zelvde Jaar voorviel , ondervond d'Estrees, die de witte vlag onder zijn gebied hadt, de moed en bekwaamheid van onzen zeeheld; en in het derde viel B akkert andermaal aan op het fmaldeel van d'Estrees , die men zegt dat heimelijk bevel van zijnen Koning hadt, om het;?evegt zo veel te vermijden als in zijn vermogen was; doch; deszelvs Schout-bij-nagt Martel, vogt als een leeuw; zelvs poogden de Franfen het fchip waar op zig de Lt. Admiraal bevondt in brand te Heken, dat hun egter mislukte, en zïj reifpilden hunne branders vrugteloos; hier op dreef Bankert hen om de post, alwaar ze in den wind bleven hangen, zon* der weder af te komen. Bij de hervatting van den ftrijd, vogten de beste Kapiteinen van Prins Robbert als ware helden ; doch Bankert , de Ruiter , van Nes en Tromp die hun gantsch niet in moed en dapperheid toegaven, drongen 'er zo geweldig op in, dat de vijanden genoeg te doen hadden, men het Admiraalfchip van Sprag, en meer ar.dere zwaar befchadigde fchepen, te befchermen en uit het gevegt te liepen.

In 1674, bevondt zig de Et. Admiraal weder op 's lands vloot, die last hadt om langs de kust van Flaanderen te lopen, Baar en door de Hoofden en agter de Cingels. De vloot van daar te rug kerende, kwam te Torbaij ten anker; alwaar de Admiraal de Ruiter 'er enige fchepen afzonderde, waar mede hij voornemens .was zijne onderneming betrekkelijk Amerika, te gaan voortzetten. De overige fchepen bleven onder het bellier van Tromp, Bankert en van Nes, welke door verftandho.uding met den Ridder de Rohan, een landing op de Franje kust voornemens waren te ondernemen; doch dit ontwerp voor dat het uitgevoerd koste worden, ontdekt zijnde, verviel in duigen; zo dat het aan de Staatjen alleen gelukte, een ftroping op Belijle en Nokmoutier te doen, welke laatfte plaats zij ook veroverden, doch na verloop van wei? nige dagen, doordien dezelve niet te houden was, weder