Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33 VADERLANDSCHE

XL1V.

lïOEK.

VerfchilJendeRaadgeevingen aan de Heus. denuaren.

J. N. Chanfleuhy. Zy waren vergezeld door twee Bodens van Staat (*).

, Welhaast was men te Heusden verftendigd van dit Staatsbeduit. Een Haagsch Regtsgeleerde, door een voornaam Lid der Vergaderinge des terftond verwittigd, begaf zich, in allen fpoed, na Heusden, met die boodfchap. Het ontbrak den Heusdenaaren niet aan Raadslieden, die hun tot volhouden aanmaanden j dit was het gevoelen van verfcheide Wapenhandelende Genootfchappen; dat van Amflerdam ftak in deezen byzonder uit, hun raadende moed te houden en pal te ftaan; dewyl zy van voornaame Staatsleden verzekering hadden, dat de zaak zo kwaad niet zou afloopen, als de fchynbaarheden dreigden. Andere Genootfchappen , huns bedunkens, vooruitziende, dat de zaak tot het uiterfte gedreeven, Staaten van Holland, onder welken zommige Leden tot geftrenge middelen neigden, om hun gezag ftaande te houden, zouden voortgaan tot het in 't werk (feilen dier eigende maatregelen, welke zy zo zeer in de Gelderfche Staaten omtrent Hattem en Elburg gewraakt hadden, maanden hun aan zich het Staatsbeduit te onderwerpen. — Men vondt 'er, die eenen middenweg als Jen veiligften aanraadden, en wüden, dat de Heusdenaars het vooreerst lieten berusten by hunne daar tegen gedaane Verklaaring. Hier door oordeelden zy werd de Zon der

Vry*

(*) Re/tl. van Heil. 14 Maart 1787*

Sluiten